Sekswerkers vragen ook exitplan uit coronacrisis: “Het lijkt alsof we niet bestaan”

Sekswerkers vragen ook exitplan uit coronacrisis:
Belga / D. Waem

De sekwerkers voelen zich genegeerd bij de versoepelingen van de coronamaatregelen en de plannen richting ‘de lente van de vrijheid’. Zo’n vijftig mensen die actief zijn in seksindustrie kwamen gisteren op straat om het gebrek aan perspectief en een gepast statuut voor de sector aan te kaarten. “De contactberoepen mogen heropstarten, maar wat met ons dan?”

Aan het Brusselse Noordstation heeft zondagnamiddag een vijftigtal sekswerkers een betoging gehouden om een aangepast exitplan te eisen voor hun sector. Sinds het begin van de coronapandemie hebben de sekswerkers officieel een einde moeten maken aan hun activiteiten maar velen van hen konden niet rekenen op steunmaatregelen. Nu de eerste versoepelingen plaatsvinden, lijkt er voor hen nog steeds geen aandacht, klinkt het. “Voor zover dat nog nodig was, heeft deze pandemie de nood aan een duidelijk statuut nog maar eens aangetoond”, zegt een woordvoerster.

Clandestien verder werken

“In België zijn er ongeveer 30.000 sekswerkers actief die begin maart 2020 hun activiteiten hebben moeten stopzetten”, zegt Judith, een sekswerkster. “Zij zijn zonder enig inkomen gevallen en de meeste van hen konden geen beroep doen op het overbruggingsrecht of enige andere steunmaatregel, omdat ze niet het juiste statuut hadden, omdat ze niet voldoende uren konden aangeven of omdat ze helemaal geen statuut hadden. Velen hadden dan ook weinig andere keuze dan hun activiteiten clandestien verder te zetten, met alle gezondheids- en andere risico’s van dien.”

Contactberoep

Nu er langzaamaan opnieuw enkele versoepelingen worden toegestaan, worden de sekswerkers opnieuw vergeten, klinkt het: “De contactberoepen mogen heropstarten maar wat met ons? Over ons wordt er niet gesproken, bij de laatste persconferentie van het Overlegcomité werden we zelfs niet vernoemd. Het is alsof we voor de regering niet bestaan, terwijl we wel degelijk bestaan, en net zo goed belastingen betalen.”

Deze crisis heeft nog maar eens duidelijk gemaakt dat er een duidelijk wettelijk statuut nodig is, gaat Judith verder. “Was dat er geweest, dan hadden we al deze problemen niet gekend. Dan zouden we ons beroep, want dat is het, in alle wettelijkheid en openheid kunnen uitoefenen. Dan zouden we niet moeten prutsen met statuten en zogezegd als masseur of schoonheidsspecialist werken, dan zouden banken, sociale secretariaten en verzekeringen niet moeilijk doen om ons te registreren en als klant te aanvaarden.”