#STAGELIFE. Sophia: “Ik denk vaak bij mezelf: ‘Serieus, hoe kom je al al die jaren weg met wat je doet?'”

Foto Philip Lethen

Het coronavirus houdt lelijk huis in ons land, en de cultuursector kreunt. In een wekelijkse vlaag van nostalgie naar betere tijden, polst Metro bij allerlei artiesten naar hun meest memorabele live-ervaringen – zowel voor als op de planken. Deze week is het woord aan Robin Proper-Sheppard. De Amerikaan die al lange tijd in Brussel woont liet eind september het achtste studioalbum van zijn indieband Sophia op de wereld los, ‘Holding On/Letting Go’ getiteld.

Wat mis je het meest aan het podiumleven?

«Ik behoor niet tot het slag muzikanten dat doodgraag op een podium staat, maar ik mis wel het gevoel dat mij bekruipt als ik op de planken sta: het is bijna alsof ik droom. De tijd lijkt stil te staan en je bent zo gefocust op het moment dat het een bijna meditatieve ervaring wordt. Ook mis ik de mensen die ik de voorbije 25 jaar ontmoet heb in het circuit. Sommige vriendschappen gaan terug tot mijn beginjaren als muzikant. Eigenlijk ongelooflijk als ik daaraan denk.»

Wat mis je helemaal niet aan het podiumleven?

«Ik mis de lange ritten niet. Evenmin als de soundchecks. Ik mis het niet om de laatste persoon te zijn die het gebouw verlaat. Er zijn veel dingen die ik niet mis aan het podiumleven, maar de dingen die ik wél mis maken alles de moeite waard.»

Wat is het minste concert dat je ooit gespeeld hebt met je band?

«Dat zijn er veel, geloof me. Ik steek mijn ziel en zaligheid in elk optreden, maar na elk concert beluister ik de live-opname en denk ik vaak: ‘Serieus Robin, hoe kom je nu al al die jaren weg met wat je doet?’. Ja, het is echt zo erg. En nee, ik weet het antwoord niet…»

Wat zijn voor jou de hoofdingrediënten van ‘het ideale concert’?

«Het ideale concert start bij de band zelf, en zaalpersoneel dat voor een vlekkeloze techniek zorgt. En natuurlijk ook het publiek. Zonder het ‘ideale’ publiek heb je geen ‘ideaal’ concert. Onmogelijk.»

Quentin Soenens