VIDEO. Zo evolueerden wilde katten naar huisdieren

Wou je altijd al weten hoe je kat van een wild dier naar een tam huisdier evolueerde? De leuke video bovenaan het artikel legt die evolutie kort maar krachtig uit, én bovendien op een simpele manier. Hieronder vatten we het alvast even samen.

De wetenschappelijke studie werd geleid door Claudio Ottoni, een paleogeneticus, die het DNA van dier en mens bestudeert om hun verleden bloot te leggen. Hij en zijn collega-onderzoekers analyseerden de stoffelijke resten van 200 katten uit het stenen tijdperk in de prehistorie. De resten werden gevonden in graven van Vikingen en van Egyptische mummies.

Daarvoor namen ze DNA-stalen af uit de botten en tanden van de dieren. Dat moest heel zorgvuldig gebeuren, zodat de oude restanten niet vermengd werden met het moderne genetische materiaal uit de lucht of afkomstig van de huid van de onderzoekers. Daarom droegen ze beschermende pakken, handschoenen en een mondmasker.

De twee golven in het domesticatieproces van katten

De huiskat stamt af van een wilde, solitaire kattensoort, de Felis silvestris, die rondzwierf in de continenten Afrika, Europa en Azië. Die diersoort is op zijn beurt opgedeeld in vijf ondersoorten: de Europese wilde kat, de Chinese bergkat, de Zuid-Afrikaanse wilde kat, de Aziatische wilde kat en de Afrikaanse wilde kat. De mens slaagde er enkel in om dat laatste dier, de Felis Silvestris lybica, succesvol te temmen.

Ondersoorten
Foto Youtube

Toen de onderzoekers het DNA van alle 200 stoffelijke resten vergeleken, kwamen ze erachter dat het domesticatieproces van katten in twee golven gebeurde. De eerste golf begon duizenden jaren geleden in het Midden-Oosten, waar de landbouw ontsproot. De boeren daar stockeerden graanoverschotten van hun velden, maar die trokken muizen aan. Daar kwamen op hun beurt katten op af. De landbouwers zagen in dat het nuttig was om de viervoeters in de buurt te hebben om de knaagdieren weg te jagen en begonnen ze met succes te temmen. Die dieren trokken vaak de wereld rond en kwamen 6.000 jaar geleden terecht in Bulgarije en Roemenië.

Duizenden jaren later was er ook een tweede golf van domesticatie bij katten in het oude Egypte. Ze waren daar heel populair en kregen vaak zelfs goddelijke kwaliteiten toegedicht. Vanuit Egypte verspreidden de dieren zich volgens de onderzoekers tijdens het Romeinse tijdperk naar Europa. Deze katten kwamen lange tijd zelfs vaker voor dan die uit het Midden-Oosten. Tijdens de Vikingperiode waren knaagdieren een hardnekkig probleem op de schepen, waardoor de dieren goed van pas kwamen. In de middeleeuwen waren zeevaarders zelfs verplicht om een kat mee te nemen aan boord. De onderzoekers vonden DNA van Egyptische katten in de Duitse haven Ralswiek, waardoor ze denken dat de dieren via maritieme handelsroutes noordelijk Europa bereikten.

Het ontstaan van raskatten

Voor het overgrote deel van de tijd werden katten dus ingezet om ongedierte te bestrijden. Pas later was er interesse in de dieren voor hun knuffelige uiterlijk. De onderzoekers controleerden het DNA daarvoor op een genetisch merkteken, zoals het bekende gestreepte patroon. Tegenwoordig hebben immers veel huiskatten die gekleurde vacht, terwijl die afwezig is bij wilde katten. De strepen doken voor het eerst op omstreeks de veertiende eeuw in het Westen van Turkije. In de negentiende eeuw was het patroon wijdverspreid, omdat het kweken van raskatten toen van de grond kwam. Al die verschillende rassen zijn oorspronkelijk dus afkomstig uit het Midden-Oosten en Egypte en zijn uitgegroeid tot onze huisdieren.

Gestreept
Foto Pexels