SOUNDCHECK. Noémie Wolfs bulkt van het zelfvertrouwen op haar tweede: “Ik heb geleerd geen schrik te hebben van domme ideeën”

Foto V. Pattyn

Het is heerlijk verdwalen in ‘Lonely Boy’s Paradise’, het net verschenen tweede album van Noémie Wolfs. Muzikaal en tekstueel rijker en avontuurlijker dan haar debuut ‘Hunt You’ uit 2016, en meteen een overtuigend bewijs van groeiend zelfvertrouwen.

Amper een klein jaar na haar vertrek bij Hooverphonic in 2015 staat Noémie Wolfs met ‘Hunt You’ muzikaal op eigen benen. Platenfirma Universal heeft oren naar de ruwe schetsen die ze in haar schuif heeft liggen en biedt Wolfs een contract aan. De zangeres die de titelsong – tevens haar allereerste zelfgeschreven nummer – van haar debuut in haar eentje componeerde op een kamertje in Parijs staat anno 2020 beduidend sterker in haar schoenen. Los van het feit dat de nieuwe nummers complexer maar toch te vatten zijn en over heel de lijn meer diepgang bezitten, moet je maar even naar het artwork kijken om vast te stellen dat ‘Lonely Boy’s Paradise’ een stevige stap voorwaarts is.

Wolfs: «Ik heb nog grafisch ontwerp gestudeerd, vandaar de interesse in de visuele omkadering. Ik heb de songs naar een hoger niveau willen brengen en heb die lijn doorgetrokken naar het artwork. Vandaar de samenwerking met fotograaf Victor Pattyn en de Deense visuele kunstenaar Boris Peianov. En zeker wanneer je je muziek ook op vinyl uitbrengt, moet het plaatje kloppen. Zowel de cover van mijn eerste plaat als het soloalbum van mijn lief Simon (Casier, bassist bij Balthazar, nvdr.) hangen bij ons in de gang.»

Je hebt je muzikale grenzen zeker verlegd op ‘Lonely Boy’s Paradise’. Ik veronderstel dat je steviger in je schoenen stond na je debuut en ook beter wist welke richting je wilde uitgaan?

«Ik heb zeker veel bijgeleerd en had productioneel gesproken een bepaalde klank in mijn hoofd. Ik heb met verschillende mensen samengezeten en sessies gedaan die op menselijk vlak prima waren, maar muzikaal niet op dezelfde lijn zaten. Pas nadat ik Yello Staelens – ook bekend als Yong Yello uit de Nieuwe Lichting – had ontmoet, vielen de puzzelstukken in elkaar. Hij begreep meteen wat ik wilde horen en ik besefte dat hij de geknipte producer was. En ik heb hem ook als songschrijver mee ingeschakeld. De songs voor ‘Hunt You’ zijn door mezelf en Simon geschreven, voor dit album was een extra paar oren beslist een meerwaarde.»

De twaalf songs klinken bijzonder eclectisch. Is er heel wat geëxperimenteerd geweest ten huize Wolfs-Casier?

«Heel de tijd. Het was één groot avontuur. Ik denk dat we echt alle instrumenten gebruikt hebben die we thuis hebben liggen. We kopen de laatste tijd ook veel instrumenten op rommelmarkten, vooral percussie maar evengoed speelgoedinstrumenten die zich perfect lenen tot bizarre samples. We hebben vanalles geprobeerd en elk idee een kans gegeven. Elpeesamples van Yello, zelfs mijn hond Jos staat vermeld in de credits. Daarna groeiden al die ideeën op een organische manier naar elkaar toe en werden ze de basis van een nummer of gaven ze een bestaande song een bepaalde klankkleur.»

Ik hoor zelfs een melodica op ‘Love Song’, een instrument dat ik meteen link aan Gorillaz.

«Ik ben dan ook een grote fan van Damon Albarn, zowel solo als in Blur en zeker met Gorillaz. De manier waarop hij die visuele grandeur linkt aan geweldige nummers vind ik fantastisch. (lacht) Maar die melodica is geen bewuste link naar Gorillaz. Verder heb ik ook een boon voor Lana Del Rey en de manier waarop ze tekst, muziek en beeld in een heel eigen wereld onderbrengt. Ze speelt vaak een rol, beschouwt haar songs als kleine speelfilms en is bereid zichzelf heruit te vinden. Net zoiets boeit me. ‘Lonely Boy’s Paradise’ staat veel dichter bij mij dan ‘Hunt You’, maar dat is gewoon een natuurlijke evolutie.»

Je hebt er ook je tijd voor genomen, niet?

«Ik heb me niet onder druk gezet, al lag de lat zeker hoger. Maar die tijd heb ik nodig gehad. Bij het maken van mijn eerste plaat voelde alles gloednieuw aan en was ik best overdonderd door wat er allemaal op me afkwam. Ik durfde amper beslissingen te nemen en wilde zeker niemand voor de borst stoten. Nu heb ik geleerd om te durven en geen schrik te hebben van domme ideeën. We hadden zo’n vijftig afgewerkte songs waaruit we konden kiezen en enkel de besten hebben de selectie overleefd.»

Songs als ‘Notorious’ of ‘On The Run’ fileren de liefde in al haar facetten.

«De liefde gaat al eeuwen mee als het betere inspiratiewerk en ik zie en absorbeer wat rond me heen gebeurt. Eenzame zielen op de dool, onbeantwoorde verlangens, toxische relaties tussen mensen… Het zijn verhalen die niet autobiografisch zijn, al sijpelen er wel elementen uit je privéleven in. Maar ik probeer een connectie te vinden met allerlei elementen uit het leven waarmee iedereen zich kan identificeren. Iedereen kan dan zelf zijn of haar waarheid in een nummer steken en dat werkt voor mij.»

Zonder daarom te vervellen tot een treurwilg?

«Verre van zelfs, maar ik schrijf nu eenmaal liever over de melancholische kant van de liefde. De pijn die uiteindelijk toch helend kan werken. Vandaar dat ik het leuk vind om een zuiders, opgewekt ritme als in ‘Wake Me Up’ te voorzien van een donkere tekst. Ik hou wel van dat contrast. En liefdesverdriet is voor iedereen zo tastbaar. (lacht) Je kan er uiteindelijk zelfs vrolijk van worden en dan wordt het pas echt een interessante materie.»

Dirk Fryns

‘Lonely Boy’s Paradise’ verschijnt vandaag. De albumvoorstelling vindt zaterdag 7 maart plaats in de AB Club.

RECENSIEOVERZICHT
Lonely Boy’s Paradise