Voorgeproefd – Het Kwalijke Geheugen

Ontdek een voorpublicatie van ‘Het Kwalijke Geheugen’

Dag Vanessa 75E. Zwijgend stopte de joggende man haar een briefje met die begroeting toe. Vanessa 75E dacht: jezus, een klant, hier, of all places, en ze onderdrukte een zucht. Al haatte ze het wanneer haar beroepsleven haar dagelijks bestaan binnenglipte, ze glimlachte professioneel. Ze bleef een rustige, vastberaden joggingtred aanhouden. De man bleef zonder zichtbare inspanning even naast haar lopen. Net voor hij versnelde en via een zijpaadje dieper het Kluisbos in dook, draaide hij de palm van zijn rechterhand naar boven. Vanessa 75E begreep het gebaar en bekeek de ommezijde van het briefje. Of moet ik schrijven: dag Karen Meganck?

Hoe weet die kerel mijn echte naam? dacht Vanessa, alias Karen, geschrokken. Ze begon sneller te lopen, ook al omdat het weer steeds slechter werd. De plotseling opgekomen hevige najaarsregen en harde wind geselden de beuken en dwongen ze hun laatste bladeren massaal te lozen. De regen kleurde de donkergroene stammen nog een tint donkerder. Ze leken nu zwarte zuilen met grillige, zwiepende kruinen.

Karen hijgde, maar hield een stevig tempo aan. Weer of geen weer, drie keer per week kwam ze in het Kluisbos joggen. De ideale manier om haar hoofd leeg en haar figuur strak te maken. Precies dat strakke figuur, en vaak ook dat lege hoofd, kwamen prima van pas in haar werk als luxeprostituee in Villa Patrijzenhof aan de voet van de Kluisberg, het erotische paradijs waar zowat alle zakenlui, politici, journalisten en parvenu’s van de Vlaamse Ardennen kind aan huis waren.

In het gordijn van regen zag ze ineens het silhouet van een joggende man voor zich uit lopen. De grijze Lonsdalecapuchon, de zwarte broek die tot de knieën reikte. Geen twijfel mogelijk: dit was dezelfde jogger als daarnet. Hij vertraagde. Toen Karen op gelijke hoogte kwam, gaf hij haar een tweede briefje. De regen spoelt alle vuilnis weg, Karen. Dat voelt goed. Het is goed wanneer alle vuiligheid verdwijnt. Wanneer de wereld weer net en goed wordt. De man keek haar recht in het gezicht. Deze keer glimlachte ze niet. De jogger ging sneller lopen en sprong kwiek over een varenstruik om opnieuw in het bos te verdwijnen.

Karen voelde haar hart wild bonzen. De bodem kon het overvloedige regenwater niet meer aan en verzamelde het tussen de wortels van de beuken in modderige plassen. Haar oranje-witte loopschoenen zakten er diep in weg. Het bruine water spatte tot hoog op haar fraaie gebruinde, blote kuiten. Half bang en half geïrriteerd verfrommelde ze in haar vuist de twee briefjes tot een harde prop. Ze mikte de prop nijdig in een vieze plas. Meteen liep de zwarte printerinkt uit. Het papier zoog water op en werd week.

Nog vijfhonderd meter en ik ben bij de auto, dacht Karen, terwijl druppels van water en zweet onafgebroken van haar kin dropen. Door de stof van haar joggingbroekje heen betastte ze in haar rechter broekzak de autosleutel van haar Alfa Romeo. Als een talisman.

Onder het geweld van regen en wind knapte een beuk in tweeën. Een groot stuk van de kruin stortte met donderend geraas naar beneden. ‘Jezus!’ Karen liep langs de afgeknapte kruin, een wirwar van geschaafde en geknakte takken. De stapel rook naar hars en vers hout. Net zoals een gewonde naar bloed ruikt. Precies die geur wasemde Karen nu uit. Haar grote grijsgroene ogen, troeven waarmee ze zovele mannenharten sneller liet slaan, puilden uit van angst toen ze de hamer dichterbij zagen komen.
De joggende man had haar voor de derde keer ingehaald.

Marc Peirs, Het kwalijke geheugen

voorgeproefd_FACEBOOK_HetKwalijkeGeheugen