Vlaming staat te springen om 1.500 euro minimumpensioen, maar niet om langer te werken

minimumpensioen
Unsplash

Bijna 3 op 4 Vlamingen is voorstander van een minimumpensioen van 1.500 netto, een van de sperpunten uit het federale regeerakkoord. Dat blijkt uit een enquête van de UGent naar het draagvlak van de geplande hervormingen van de arbeidsmarkt. Ook onder meer de uitfasering van het brugpensioen, de uitbreiding van het vaderschapsverlof en vrouwenquota kwamen aan bod.

Uit de bevraging van de UGent naar de geplande arbeidsmarkthervormingen van de regering-De Croo blijkt dat het eindeloopbaandebat geen evidentie zal worden. Zo bleken slechts vier van de tien bevraagden (41 procent) voorstander van de uitfasering van het brugpensioen. Ook de gedeeltelijk ontkoppeling van lonen en anciënniteit kon op weinig steun rekenen (35 procent), net zomin als het idee om periodes waarin men niet werkt (de zogenaamde gelijkgestelde periodes) zoals werkloosheid) niet langer mee te tellen voor de pensioenopbouw (42 procent).

Daartegenover staat dat meer dan zeven op de tien (72 procent) van de 500 bevraagde Vlamingen wel aangeven voorstander te zijn van een minimumpensioen van 1.500 euro netto. Dat laatste voorstel is naast een veelbesproken onderwerp een van de sperpunten van het federale regeerakkoord. Drie op vier Vlamingen (75 procent) willen tevens minder werken voor hetzelfde loon.

Minder animo voor vrouwenquota

Een meerderheid van de Vlamingen (57,5 procent) staat positief tegenover een degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, waardoor werklozen in het begin meer krijgen maar het bedrag daarna sneller afneemt. Bovendien wil driekwart van de Vlamingen (74 procent) tijdelijk werklozen verplichten om een opleiding te volgen. Acht op de tien vinden bovendien dat werklozen gemeenschapsdienst moeten vervullen.

Iets meer dan de helft van de Vlamingen (54%) is voorstander van het uitgebreide vaderschapsverlof van tien naar twintig dagen. Opvallend daarbij is dat vooral vrouwen voorstander zijn. Voor doorgedreven quota voor vrouwen in raden van bestuur van privébedrijven is er geen meerderheid: slechts 45 procent van de ondervraagden toont zich voorstander.

Strijd tegen fraude

De Vlaming staat ook positief tegenover de aanscherping van de controles op fraude. Bijna negen op de tien (87 procent) willen de strijd tegen onrechtmatig bekomen uitkeringen verstrengd zien, terwijl ook het opvoeren van de strijd tegen fiscale fraude drie op de vier (75 procent) van de ondervraagden kan bekoren.

De steekproef werd tussen 28 januari en 1 februari 2021 afgenomen bij 500 Vlamingen door onderzoeksbureau Bilendi. De foutenmarge bedraagt 4,4 procent.

Crevits reageert positief

“De resultaten tonen dat veel maatregelen waar we als Vlaamse regering mee bezig zijn, positief ervaren worden door de respondenten», zegt Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V). Ze haalt daarbij de jobbonus aan.

Dat ook de opleiding voor tijdelijk werklozen zo goed scoort in de bevraging, noemt Crevits een opsteker. “De voorbije maanden heeft de VDAB al heel wat inspanningen gedaan om mensen die tijdelijk werkloos zijn, te stimuleren om een opleiding te laten volgen. Die periode van tijdelijke werkloosheid kan een periode van verrijking zijn en goed zijn voor je loopbaan. Maar leren doe je pas effectief als je de urgentie ervan inziet. Het is goed dat deze enquête toont dat de Vlaming die urgentie ziet. Daarom ook dat we mensen willen verplichten zich te laten inschrijven bij de VDAB, omdat je dan nog beter een gepast aanbod kan doen en nog meer op maat kan werken.”