Eeneiige tweeling komt dankzij onderzoek naar genetische verschillen niet meer met misdaad weg

Onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam hebben samen met internationale collega's honderden vaste punten in het DNA in kaart gebracht waarop het genetisch materiaal van eeneiige tweelingen van elkaar afwijkt. Het onderzoek zou in de toekomst kunnen helpen om de dader te identificeren in het geval van strafrechtelijke onderzoeken naar een tweeling.
door
nina.vandenbroeck
Leestijd 2 min.

Dankzij een internationale studie, die gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Genome Biology, is duidelijker geworden op welke vaste plekken in het DNA zich verschillen bevinden tussen twee mensen die voor het overgrote deel elkaars gelijke zijn.

Dat er afwijkingen bestaan in "aan- en uitknoppen" van de genen, zogeheten epigenetische variaties, was op zich bekend. Die variaties ontstaan bij het verouderingsproces of door omgevingsfactoren. Tot dusver kon echter enkel gezocht worden naar persoonlijke epigenetische verschillen, verschillen specifiek per identiek tweelingpaar.

"Dat was zoeken naar spreekwoordelijke speld in de hooiberg", legt onderzoeker Manfred Kayser uit. Uit de resultaten blijkt dat eeneiige tweelingen op honderden vaste punten van elkaar verschillen. "Ze vertonen dezelfde variaties die we vinden tussen niet-verwante mensen", aldus Kayser.

Strafonderzoek

Met de kennis over de verschillen zijn in de toekomst zogeheten "epigenetische vingerafdrukken" vast te stellen. "Die kunnen bijvoorbeeld relevant zijn om DNA-sporen op een plaats van delict toe te schrijven aan het ene individu van een tweeling, maar niet het andere", aldus de onderzoekers. Tot op heden moesten rechtszaken tegen eeneiige tweelingen soms worden geseponeerd, omdat het DNA van de twee zeer moeilijk uit elkaar kan worden gehouden. Nu kan het voor identieke tweelingen een pak lastiger worden om zomaar met een misdaad weg te komen.

Los van de bruikbaarheid van de nieuwe inzichten in strafzaken, ziet Vidaki een meer filosofische kant aan het onderzoek. "Onze ontdekking heeft gevolgen voor de meer filosofische beschouwingen over de unieke identiteit van de individuele mens op moleculair niveau", klinkt het.