Dit Belgische buurland warmt sneller op dan de rest van de wereld

Nederland
AFP / K. Tribouillard

De temperatuur in Nederland is in de afgelopen dertig jaar met gemiddeld 1,1 graad Celsius toegenomen, twee keer zoveel als de gemiddeld toename van de temperatuur in de rest van de wereld.

Dinsdag zijn aan het klimaatdashboard van weerinstituut KNMI de nieuwste weercijfers van 1991 tot 2020 toegevoegd. Daaruit blijkt dat Nederland met een gemiddelde temperatuurstijging van 1,1 graad Celsius in die periode twee keer zo snel is opgewarmd dan de rest van de wereld.

De lente is in Nederland gemiddeld 1,5 graad warmer geworden, de herfst 0,7 graden. Sinds het begin van de metingen in 1901 nam de jaartemperatuur in Nederland met ruim 2 graden Celsius toe.

De winters in Nederland, en ook in Europa, waren zachter doordat de wind vaker uit het westen kwam. Bovendien warmden de lentes en zomers extra op door toename van zonnestraling en afname van luchtvervuiling. In onderzoek uit 2019 bleek dat ook ons land en Frankrijk sneller dan de rest opwarmen.

Minder ijsdagen

Het KNMI berekent elke tien jaar het gemiddelde weer van Nederland op basis van temperatuur, neerslag, zon en wind. Alle andere meteorologische diensten in de wereld doen dat op dezelfde manier, zodat de cijfers te vergelijken zijn. Op die manier is bijvoorbeeld klimaatverandering in beeld te brengen, aldus het KNMI.

“Klimaatverandering is geen abstract begrip meer, maar iets wat je merkt in het dagelijks leven. Elk jaar schaatsen is niet meer vanzelfsprekend. We hadden ook nog nooit zoveel warme dagen achter elkaar als afgelopen zomer”, zegt Gerard van der Steenhoven, hoofddirecteur van het KNMI.

In de periode 1961 – 1990 waren er in Nederland nog gemiddeld tien ijsdagen per jaar, nu zijn dat er nog maar zes. Het aantal tropische dagen steeg van gemiddeld twee naar vijf, het aantal zomerse dagen van 19 naar 28 dagen per jaar. De temperatuur van de koudste winterdag is sinds 1990 gestegen met 1,6 graad. De warmste zomerdag werd 1,9 graad warmer.