BELGODYSSEE. Geloof tijdens corona: “Mensen baden plots op terras”

Gods liefde is voor iedereen, leer je in de godsdienstklas, welke god dat ook mag zijn. Maar samen geloven, dat is vandaag wat moeilijker. De afstandsmaatregelen die ingeroepen zijn om ons te beschermen tegen het rondzwervende virus, tasten de religieuze beleving in België stevig aan. “Skype en Zoom kunnen voor bepaalde zaken leuk zijn, maar voor een maaltijd zie ik echt geen meerwaarde.”

Sinds het begin van de eerste lockdown in maart belijden de islam en het jodendom hun geloof van thuis uit. De gebruiken van het gemeenschapsgeloof vliegen grotendeels de deur uit. Gebedsplaatsen blijven leeg, vangen stof en zien een keer per week het licht wanneer de poetsman langsgaat voor een snelle kuisbeurt.

Terrasgebed

De Van den Nestlei-synagoge in Antwerpen staat sinds de nieuwe maatregelen op 18 oktober opnieuw leeg. In de eerste lockdown tussen maart en mei was dat al eens het geval. “In de eerste lockdown had ik het moeilijk”, zegt synagogegids Naftuli Pollak. “Ik ben bijna elke dag in de synagoge. Het is er altijd levendig en er zijn altijd wel mensen waarmee je na het gebed nog even kan babbelen. Terugkeren naar een lege, donkere synagoge, dat doet me pijn.”

Midden april werd plots bericht over klachten rond geluidsoverlast in de joodse buurt in Antwerpen. De joodse gemeenschap begaf zich naar het terras om daar samen te bidden. “In het begin van de lockdown bad iedereen thuis, individueel. Tot iemand een van zijn buren hoorde bidden op het terras en dat een goed idee vond. En plots deed iedereen in de buurt mee”, weet Pollak. “Dat is spontaan ontstaan; er is geen draaiboek geweest.”

Belang van gemeenschapsgevoel

“Het joodse geloof stelt het gemeenschapsgevoel erg hoog”, oordeelt Pollak. “Dat kwam het best tot uiting tijden het joodse Pasen (Pesach).” Het moet niet verrassen dat net dat gemeenschapsgevoel moeilijk te bereiken is in staat van lockdown. “Tijdens de feestdag is het zo dat we altijd samen met familie de cedermaaltijd – de eerste maaltijd van Pesach – samen eten. Maar dit jaar, helaas, moest ieder huishouden dat alleen vieren.”

“Dat betekent ook dat vele jonge gezinnen, zoals dat van mij, voor de eerste keer zelf de cedermaaltijd moesten klaarmaken. Dat heeft ons wel de kans gegeven om echt de aandacht te vestigen op onze kinderen, wat bij een groot feest met de uitgebreide familie moeilijk is. ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’, zei Johan Cruyff ooit.”

Onmenselijk afscheid

We grijpen even terug naar de lockdowntaferelen van maart en april. Het dodenaantal loopt zienderogen op, wie wel of niet sterft aan corona is minder duidelijk. Afscheid nemen gaat niet.

In het uitvaartcentrum PFIB Bruxelles werkt Maryem Meknassi-Zaidini vandaag zeven dagen op zeven. Tien tot twaalf uur per dag. “Het lijkt wel alsof het dodenaantal nog veel verder oploopt dan in de eerste golf”, geeft Maryem toe. “Het houdt simpelweg niet op.”

Een moslimbegrafenis gaat traditioneel gepaard met enkele rituelen. Zo wordt de overledene gewassen vooraleer die begraven wordt. “De wassing is verplicht, want iemand die sterft aan een pandemie verlaat de wereld als een martelaar, iemand die sterft voor zijn geloof”, weet Maryem. In normale omstandigheden wordt de overledene gewassen door iemand die daarvoor opgeleid is en daarna gewikkeld in een linnen doek. “Op die manier keert de persoon terug zoals hij op aarde gekomen is, zo simpel mogelijk.”

Rouwproces

Nu de coronacijfers opnieuw de pan uit swingen, laten veel ziekenhuizen het niet toe om de rituele wassing naar behoren uit te voeren. «We kunnen overschakelen naar een droge wassing van het gezicht, de handen en de voeten. Daarna wordt de overledene in een plastic gewikkeld en begraven», vertelt Mayrem.

“De rouw voor families die iemand verliezen aan corona is verschrikkelijk. Zij kunnen geen afscheid nemen en blijven zitten met dat beeld van hun familielid dat in een plastic zak onder de aarde ligt. Het is onmenselijk.”

Jonathan Metdepenninghen

Jonathan Metdepenninghen

Ik ben Jonathan Metdepenninghen (20) en kom uit Gent. Mijn achternaam telt vijftien tekens en wordt overal miraculeus – en telkens op andere wijze – fout geschreven. Ik studeer deze zomer af met een bachelordiploma Sportjournalistiek aan Howest Kortrijk en startte vorige zomer de wielerpodcast VALS PLAT – check die even. Naast sport laat ik me vooral meedrijven in uiteenlopende muziekstromingen. Ik probeer elke dag een nieuw album te luisteren en te beoordelen. Ik werk nu naar het 1.000ste toe, wat veel lijkt, maar tegelijkertijd loop ik meer dan 2.000 albums achter op de vriend met wie ik die ratrace startte.