De online les: coronafenomeen of blijvertje?

Foto AFP / E. Miller

De coronacrisis heeft het onderwijs in Vlaanderen mijlen verder in de digital age gekatapulteerd. Zowel leerlingen en studenten als ouders en beleidsmakers hebben naast ongemakken ook enkele geneugten van het afstandsonderwijs ontdekt, die ze niet meer willen lossen. De digitale revolutie die corona ontketende in de sector lijkt dan ook onomkeerbaar. Is online lesgeven definitief doorgebroken in het Vlaamse onderwijsveld?

Het coronavirus dwong het Vlaamse onderwijs om digitaal lesgeven helemaal te omarmen. Die stevige omhelzing betekent een mijlpaal in de sector, want waar afstandsonderwijs in precoronatijden meer uitzondering dan regel was, is de koudwatervrees voor online lessen inmiddels helemaal verdwenen.

In het hoger onderwijs zijn online lessen al langer ingeburgerd. Universiteiten en hogescholen hebben tevens een grotere rol voor digitale colleges voor ogen. Meer lessen die op afstand te volgen zijn betekent een betere spreiding van de studentenstroom op de campussen en minder bomvolle aula’s – niet onbelangrijk in coronatijden. Toch staan studenten niet te springen voor dat scenario.

Aan hun lot overgelaten

In een petitie die in mei gelanceerd werd en ondertussen al door meer dan 25.000 studenten is getekend, klagen ze onder meer de kwaliteit van de digitale lessen aan. Op Twitter werd de hashtag #geefonseenstem trending. Voor docenten was het duidelijk wennen aan de nieuwe realiteit. Niet alle cursussen werden met evenveel zorg en toewijding gedigitaliseerd, waardoor sommige studenten zich aan hun lot voelden overgelaten. Getuigenissen vertelden hoe audio- en videofragmenten op leerplatformen werden gegooid en een helder beeld van de leerstof daarbij vaak ontbrak. Omslachtige powerpoints met een overkill aan informatie zetten kwaad bloed bij de cursisten. «Sommige proffen gooien hun slides online en beschouwen de rest als zelfstudie», hekelde Dylan Couck van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) eind mei in De Standaard. «Anderen geven plots veel meer opdrachten. Er is nood aan afstemming.»

De laatste maanden van het vorig academiejaar hebben een wrang gevoel nagelaten bij een meerderheid van de studenten. Iets meer dan de helft van de studenten wil na corona niet meer digitaal les volgen, zo wees een enquête uit van uitgeverij Acco, die peilde naar de ervaringen van meer dan 1.000 docenten en studenten met het digitale afstandsonderwijs. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: 72% van de studenten vindt online oefeningen, testen of filmpjes met extra uitleg een grote meerwaarde voor het verwerken van leerstof. Ook de mogelijkheid om extra vragen te stellen aan de professor via een online leerplatform valt in de smaak.

Regering schaart zich achter trend

Ondanks de kritiek is het duidelijk dat het onderwijs zich in een digitale stroomversnelling bevindt terwijl het land moeilijke wateren doorkruist. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) vatte de koe bij de horens en weekte bij de Vlaamse regering 35 miljoen euro extra los bovenop de initiële 50 miljoen euro die scholen kunnen aanwenden voor ICT-investeringen.

“Het extra budget kan gebruikt worden voor bijvoorbeeld extra uren voor een ICT-coördinator of om leerkrachten en leerlingen te equiperen met noodzakelijk materiaal en software”, verklaarde Weyts eind vorig schooljaar. “Het is een uitgelezen opportuniteit om ons onderwijs te moderniseren”, klonk het. De minister wil het afstandsonderwijs dan ook structureel verankeren. Concreet zag hij dit schooljaar een vaste rol weggelegd voor afstandsonderwijs in het secundair onderwijs op woensdagvoormiddag; een plan waar hij later weer van afstapte omdat de beperkte epidemiologische impact van die ene schoolvrije dag niet zou opwegen tegen de organisatorische en pedagogische neveneffecten.

Ten zuiden van de taalgrens is zijn Franstalige ambtsgenoot minder enthousiast over het afstandsonderwijs, en dan met name het aanleren van nieuwe leerstof op afstand; het zogenaamde ‘preteaching’. Terwijl in Vlaamse scholen het preteaching furore maakte na de paasvakantie, bleef Waals minister van Onderwijs Caroline Désir (PS) zweren bij herhalingsoefeningen. “Nieuwe leerstof moet gegeven worden door een docent in de klas, waarbij interactie mogelijk is tussen docent en leerlingen”, aldus Désir op het televisiejournaal van de RTBF. “Bovendien heeft niet elke scholier toegang tot het benodigde materiaal. Dat maakt het moeilijk om de volledige overstap te maken naar afstandsonderwijs.”

Hoewel een koele minnaar van het afstandsonderwijs, ziet minister Désir wel de noodzaak in van de ingreep. Al beschouwt ze het eerder als een redmiddel dan als een duurzame meerwaarde. De visies mogen dan wel verschillen, de ministers van Onderwijs in ons land zijn het wel eens over de bestrijding van corona binnen de schoolmuren: de voltijdse schoolweek is de norm, maar als een school kampt met een uitbraak en code oranje van kracht wordt, moet een deel van de leerlingen om de week afstandsonderwijs volgen. De klasgroep wordt dan in twee gesplitst, waarbij de ene helft op school aanwezig is en de andere thuis, en omgekeerd.

Secundaire scholieren

Preteaching of niet, scholieren zijn alvast gewonnen voor een grotere rol van het afstandsonderwijs. Uit de derde peiling van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) die tussen 17 en 25 juni 555 leerlingen bereikte, voor twee derde uit het aso, blijkt dat 72% van de scholieren na de coronacrisis regelmatig thuis wil werken voor school tijdens de schooluren. De snelle opkomst van het online lesgeven is ook door ouders goed onthaald en creëerde een draagvlak voor een structurele inbedding van digitale lessen. Zo’n 37% van de ouders vindt dat scholen ook na de coronacrisis meer moeten inzetten op digitaal lesgeven, zo blijkt uit een bevraging van onderzoeksbureau Indiville in opdracht van Telenet bij meer dan 1.500 Belgen, van wie 500 gezinnen met kinderen.

Het afstandsonderwijs tot structurele pijler maken van het onderwijsbeleid is echter nog niet aan de orde. Vandaag is elke school nog steeds zelf verantwoordelijk voor het inrichten van de lestijden, en dus ook de digitale lessen. Los van de vraag of een verplichting van het afstandsonderwijs er ooit komt, is alvast een duidelijke trend waarneembaar in de secundaire scholen: het digitale lesgeven heeft er zieltjes gewonnen.

De corona-uitbraak dwong het onderwijs om snel te schakelen, waardoor het voor alle betrokkenen soms behelpen was. Vooral in het hoger, waar studenten meer op zichzelf aangewezen zijn, leidde dat tot ergernissen. Maar de conclusie aan het begin van dit nieuwe schooljaar is duidelijk: afstandsonderwijs is door de digitale stroomversnelling mainstream geworden. En zoals dat gaat bij mainstream, zal het steeds meer deel uitmaken van onze leefwereld postcorona.

Quentin Soenens