PORTRET. Luc Swysen, vrijwilliger bij het Rode Kruis: “We hebben een onwaarschijnlijk intense periode achter de rug”

PORTRET. Luc Swysen, vrijwilliger bij het Rode Kruis:
Foto R.V.

Luc Swysen is 56 en hoofdtechnicus in een ziekenhuis waar hij toezicht houdt op de medische uitrusting. Als zijn dagtaak erop zit, zet Luc een andere pet op: als vrijwilliger bij het Rode Kruis in België.

Luc Swysen geeft het graag toe: hij is een professionele duizendpoot. Hij sloot zich in 1983 aan bij het Rode Kruis en na een reeks opleidingen werd hij er ambulancier. Bijna 20 jaar geleden nam hij bovendien het voorzitterschap van de lokale afdeling in Oudergem op zich, die in totaal 140 vrijwilligers telt.

“Handenvol werk en zware mentale belasting”

Als ambulancier voor het noodnummer 112 maakte Luc deel uit van het team dat tijdens de pandemie patiënten met COVID-19 transporteerde. «We hebben een onwaarschijnlijk intense periode achter de rug», zegt hij. «We hadden handenvol werk en werden voortdurend opgeroepen om transporten uit te voeren. De mentale belasting was ook heel zwaar. We hebben meegemaakt dat we hele gezinnen moesten ophalen. Ik herinner me bijvoorbeeld een vrouw die net haar vader verloren had aan de ziekte. Ik haalde haar thuis op en ze vertoonde alle symptomen. Na die missie lieten we ons ontsmetten. Vervolgens stuurde de 112-centrale ons op een nieuwe missie. We kwamen aan bij een bejaarde dame die de moeder bleek te zijn van de vrouw die we net naar het ziekenhuis hadden gebracht en dus ook de weduwe van de overleden man. We hebben veel zulke emotionele momenten beleefd met mensen die een dramatische gebeurtenis in hun leven doormaakten.»

“De mensen zagen ons als Pietje de Dood”

Wat de vrijwillige ambulancier ook nooit zal vergeten, is de manier waarop de mensen naar hem en zijn collega’s keken. «Om onszelf te beschermen, droegen we een volledige uitrusting, met overall, mondmasker en gezichtsklep», vertelt hij. «En soms merkte ik echt dat de mensen ons zagen als Pietje de Dood. In die fase van de crisis lagen de sterftecijfers catastrofaal hoog en als de mensen ons zagen aankomen, kon je de angst in hun ogen lezen.»

De vraag om voedselhulp is ontploft

Bij het Rode Kruis werkt Luc Swysen ook mee aan de voedselhulp, en daar luidt hij de alarmklok. «Het hoogtepunt van de gezondheidscrisis ligt achter ons, maar nu worden we geconfronteerd met een aardschok op sociaal niveau», legt hij uit. «Enorm veel mensen zitten financieel in slechte papieren. Dat merken we aan de explosie van de vraag naar voedselpakketten. Vaak gaat het om mensen die sowieso al op hun tandvlees zaten en die plots werkloos zijn geworden of die een deel van hun inkomsten zijn kwijtgeraakt. Er komen nu ook veel zelfstandigen langs die geen inkomen meer hebben, maar wel nog onkosten moeten betalen. Die mensen hebben vandaag voedselhulp nodig om de eindjes aan elkaar te knopen.»

In je kot blijven zonder dak boven je hoofd

De COVID-19-pandemie heeft ook hard toegeslagen bij de daklozen. De vrijwilligers van het Rode Kruis zagen met eigen ogen hoe moeilijk die mensen het hadden. «We gingen elke avond op pad om voedselpakketten uit te delen», vertelt Luc. «We deden meerdere rondes zodat alle daklozen in Brussel zeker bediend zouden worden. Die mensen voelden zich bijzonder slecht tijdens de crisis. De overheid raadde iedereen aan om vooral thuis te blijven, en zij vroegen zich af ‘Hoe kun je in je kot blijven als je geen dak boven het hoofd hebt?’. Ze hebben de impact van de pandemie dubbel gevoeld: ze konden niet binnen blijven omdat ze geen thuis hebben, en ze konden niet bedelen omdat er niemand op straat was.»

Het was gelukkig niet alleen maar slecht nieuws. Luc zag ook hoe het aantal vrijwilligers bij het Rode Kruis tijdens de crisisperiode gestegen is. Die toestroom van verse krachten doet hem veel plezier. «We hebben het geluk gehad dat er zich nieuwe vrijwilligers aangediend hebben bij ons», zegt hij. «Het ging vooral om mensen die niets meer te doen hadden of die in de werkloosheid waren beland en die geen zin hadden om thuis met hun duimen te zitten draaien. Ik hoop dat het zal aanhouden en dat de mensen die zich nu geëngageerd hebben vrijwilligerswerk zullen blijven doen.»

De sociale crisis is vandaag verre van beteugeld, maar het werk dat Luc Swysen en zijn collega’s hebben verricht maakt hem toch trots en tevreden: «Het Rode Kruis heeft al het mogelijke gedaan, met al de menselijkheid die we in ons hebben.» Tot slot stipt Luc nog eens aan hoe essentieel giften zijn voor hun werking. Al bestaan er ook nog andere manieren om het Rode Kruis te steunen. «Je kunt bijvoorbeeld ook in Brussel naar de Vesti-boetiek gaan om tweedehands kleren te kopen», besluit hij. «We hebben zelfs nieuwe kleren, want we krijgen nieuwe items van de winkelketens. Het is een belangrijke bron van inkomsten om onze sociale bijstand en voedselhulp te financieren.»

Steun het Rode Kruis. Doe een gift via rodekruis.be of door een storting op rekeningnummer BE28-09600000-9620.