Bendeoorlog in Dijon: gemaskerde mannen met zware wapens zwaaien de plak

Dijon
AFP / F. Desmazes

In de Franse stad Dijon is het al enkele nachten erg onrustig. Bendes lijken er met zware wapens een oorlog uit te vechten zonder dat de politie echt ingrijpt. Wat is er juist aan de hand in het anders vredige Dijon?

Het Franse Dijon is de hoofdstad van Bourgondië en normaal geen hotspot voor sociale onrust. Toch lijkt de stad al verschillende nachten op rij te zijn veranderd in een oorlogszone, met auto’s die in brand worden gestoken en gemaskerde mannen die elkaar chargeren met zware wapens. Er viel ook al een tiental zwaargewonden.

Aanleiding van de onrust is een incident met een zestienjarige jongen van Tsjetsjeense origine. Tsjetsjenië is een officiële deelstaat binnen de Russische federatie met veelal gematigde moslims als inwoners. Omdat de Tsjetsjenen vaak te maken krijgen met mensenrechtenschendingen, zoeken ze in andere landen asiel, zo ook in Frankrijk. De zestienjarige jongen zou op 10 juni zwaar zijn mishandeld door Noord-Afrikaanse leden van een drugsbende. Het doel was om een boodschap te sturen naar leden van de concurrerende Tsjetsjeense drugsbende. Die voelden zich echter niet zo geïntimideerd en namen de vermoedelijke daders van de mishandeling met honkbalknuppels te grazen in een shishabar, waarop de politie met traangas tussenbeide kwam.

Waar is de politie?

Het hek was van de dam en de volgende dagen ontketende zich een soort van bendeoorlog, waarbij volgens sommigen ook Tsjetsjenen uit ons land zijn komen meevechten. Op sociale media circuleren heftige beelden van auto’s die in brand vliegen terwijl geweerschoten in de lucht weerklinken. De vraag die nu vooral gesteld wordt, is: waar was de politie? De lokale bevolking vindt dat de politie te afwezig was. “Als de politie het niet doet, dan beschermen we onze wijk maar zelf”, zei een anonieme getuige aan Steven Decraene van VRT NWS. De bevolking vraagt zich af hoe een gewapende groep zomaar een wijk kan binnenvallen zonder dat zij politiebescherming krijgen, en stelt dat de politie een kant heeft gekozen door de aanvallers drie dagen hun gang te laten gaan. Pas in de vierde nacht van onrust werd er iemand opgepakt.

Intussen is de politie wel massaal ter plaatse en krijgen ze hulp van de RAID, een gespecialiseerde antiterreur-eenheid, mobiele gendarmes en extra oproerpolitie. Toch blijft de kritiek over het laat optreden van de politiemacht weerklinken. Burgemeester van Dijon François Rebsamen (PS) gaf wel aan dat het beperkte politiekorps weinig kon doen tegenover 200 zwaarbewapende relschoppers, maar zegt ook twee keer naar Parijs gebeld te moeten hebben voor ze versterking kregen. De vereniging van politiecommissarissen verdedigt zich ook door te stellen dat er weinig verweer is tegen zo’n bende met zware wapens. Op de achtergrond speelt mogelijk ook nog mee dat de politie zich in de steek gelaten voelt door de regering en al een paar dagen actie voert.

Politici op bezoek

De stad krijgt intussen bezoek van Franse politici. Marine Le Pen van de extreemrechtse partij RN zakte af naar Dijon voor een persmoment. Ze vindt het niet kunnen dat een stad zomaar kan overgenomen worden door straatbendes en steekt de schuld op het beleid. Ook de Franse regering stuurde een gezant, maar opvallend genoeg was dat niet minister van Binnenlandse Zaken Christophe Castaner, maar wel Laurent Nunez, “slechts” staatssecretaris bij Binnenlandse Zaken.