Patrick Loobuyck: “We willen per se zin geven aan de coronacrisis, terwijl die vaak ontbreekt”

Loobuyck

Onder een stralende zon stappen we op veilige afstand de stadswoning binnen van Patrick Loobuyck (45). De professor filosofie heeft zich de laatste jaren ontwikkeld als een belangrijke stem in het publieke debat, waar hij steevast op kritische wijze onze samenleving en haar machthebbers onder de loep neemt. In coronatijden was hij één van de weinigen die vragen durfde stellen bij de genomen maatregelen.

“Als politiek filosoof denk ik na over wat de overheid wel en niet mag doen”, verduidelijkt de geboren Bruggeling z’n bio op Twitter. “Ik beschouw mezelf als een liberale politiek filosoof, wat betekent dat ik ervan uit ga dat de overheid in de eerste plaats onze fundamentele vrijheden moet beschermen.”

Vind je dat de overheid goed heeft opgetreden?

“Het lijkt me nu nog te vroeg om puur op basis van de cijfers uitspraken te doen. Je ziet wel dat er grote verschillen bestaan tussen landen, en dat landen die strengere maatregelen hebben getroffen het er niet noodzakelijk beter vanaf hebben gebracht. Er zijn echter nog veel onbekenden ook, zoals in hoeverre elk land is blootgesteld aan het virus voor de lockdown. Mij lijkt het wel dat België tijdig heeft geschakeld, zelfs met de wat ongelukkige regering die we dan hebben gekregen.”

Waarom ongelukkig?

“Ik had gehoopt dat een crisis van deze omvang de partijpolitiek de kans zou bieden om zichzelf te overstijgen en een echte regering te vormen. Het feit dat men daar niet in geslaagd is, vind ik een gemiste kans.”

In een opiniestuk schreef je dat de democratie zich even liet vervangen door een technocratie en dat dit geen goede zaak is. Kan men dat lezen als een sneer richting virologen?

“Neen, absoluut niet. Het is een filosofische bedenking dat hoe goed men ook naar wetenschappers wil luisteren, het nemen van maatregelen die onze vrijheid beperken een politiek besluit blijft. Wetenschappers tekenen scenario’s uit, en dan moeten politici op basis daarvan keuzes maken en die ook uitleggen aan het publiek. Te lang leek het alsof de virologen op hun eentje die beslissingen maakten. Ook het feit dat de rapporten van de experts niet publiek worden gemaakt, stoort me.”

Hoe beoordeel je het proces van de aankoop van de mondmaskers?

“Laat ons zeggen dat er onduidelijk is gecommuniceerd. Het tekort aan materiaal heeft daaraan bijgedragen en dat moet grondig geëvalueerd worden. In het verleden heeft men daar steken laten vallen, en dan heeft men het belang van die mondmaskers geminimaliseerd, terwijl ze nu toch een belangrijk deel uitmaken van de exitstrategie.”

Was er voldoende ruimte in de media voor kritisch debat over het beleid van de overheid?

“De media is snel de overheid gevolgd, maar bevond zich ook in een moeilijke situatie. Enerzijds worden ze geacht om de luis in de pels van de politiek te zijn, anderzijds zit je in een situatie die zoveel vertrouwen in de overheid vergt dat het lastig is om openlijk kritisch te zijn. Wie in het begin de aanbevelingen van Marc Van Ranst in vraag durfde te stellen, werd al gauw als slechterik weggezet. Het is op dit moment al iets beter, maar er blijft een sfeertje hangen dat onvoldoende kans biedt aan kritisch en open publiek debat. Nochtans een essentieel onderdeel van een democratie.”

Er zijn heel wat stemmen die beweren dat we dit virus aan onszelf en onze levensstijl te danken hebben. Je doet dit categoriek van de hand. Waarom?

“Het is een manier van denken waarvoor we zeer vatbaar zijn, maar niet correct is. Als er iets ergs gebeurt, stellen we ons niet alleen de vraag ‘hoe’, maar ook ‘waarom’. We willen per se zin en betekenis geven, terwijl die vaak ontbreekt.”

Is dat ergens geen religieuze reflex?

“Religie teert inderdaad op die manier van denken. In de middeleeuwen werd de pest aanzien als een straf van God, nu zien velen corona als een straf van de natuur. Je moet natuurlijk onderzoek doen naar het virus, maar je moet het wel loskoppelen van de idee dat het virus er met een bepaalde reden is. Het virus wil ons niets zeggen. Het feit dat wij bestaan is al een enorm toeval, en het blijft voor velen lastig om te aanvaarden dat de meeste dingen die zich voordoen aan toeval te wijten zijn.”

Tijdens deze crisis zag je hoe elk land op zichzelf terugplooide en de grenzen toegingen. Zullen we in staat zijn om bij volgende crisissen ook meer onderlinge solidariteit te kweken?

“Je mag niet vergeten dat de natiestaat altijd al een manier geweest is om de solidariteit uit de familie en clan te heffen. Het heeft ons in staat gesteld een welvaartsstaat te ontwikkelen. De vraag is nu of natiestaten onderling ook solidair kunnen zijn en daar zie je dat het vaak schort. Met de gevolgen van de klimaatopwarming in zicht zal dat nog problematisch worden.”

(av)