TIME-OUT. Sam Dillemans haalt met ‘FIGHTERS’ zijn boksers vanonder het stof: “Ik leef van Van Eyck tot overmorgen”

TIME-OUT. Sam Dillemans haalt met 'FIGHTERS' zijn boksers vanonder het stof:
Foto C. Van Puymbroeck

Wie de laatste weken in Antwerpen vertoefde, heeft het vast gemerkt. Sam Dillemans staart je vanop elke straathoek aan om zijn nieuwe expo ‘FIGHTERS’ aan te kondigen. Voor het eerst in tien jaar haalt hij zijn boksers vanonder het stof. Met klassieke muziek op de achtergrond en een smeulende pook in de asbak ontvangt hij me in de zee van wit die zijn tentoonstellingsruimte is.

Waarom haal je net nu het boksersthema weer boven?

Sam Dillemans: “Op vraag van de bezoekers. Bovendien heb ik hier verschillende ruimtes, zodat ik de diverse stijlen van elkaar kan scheiden. Op het Eilandje was er één ruimte en dan botsen schilderijen al snel met elkaar.”

In die nieuwe werken zien we onder andere atlete Nafi Thiam en voetballer Rik Coppens. Is dat een persoonlijke hommage?

“Bewondering is altijd de basis. Bewondering voor buitensporige prestaties. En liefde. Pas daarna kan je keuzes maken en je concentreren op de manier waarop je iets maakt. Die moet avontuurlijk, verrassend én revolutionair zijn.”

Foto C. Van Puymbroeck

Je hebt ook veel bewondering voor grote namen zoals Vincent Van Gogh en Diego Velázquez en inspireert je op hun werken. Waar trek je de lijn tussen inspiratie en kopie?

“Toen ik jong was, maakte ik kopieën om het vak te leren, iets wat ik iedereen aanraad. Hoe ruimer zijn bagage, hoe meer ruimte een kunstenaar heeft om te experimenteren. Zoals Anna Pavlova (Russische ballerina, red.) zei: ‘Beheers de techniek en vergeet ze dan.’ Dat loslaten is belangrijk, alleen dan kan je vliegen. Mijn bewondering voor de verschillende takken in de kunsten maakt mijn leven volledig. Tijd wordt onbelangrijk. Ik leef niet in 2019, maar ik leef van Van Eyck tot overmorgen. Als je dat voelt, heb je verder weinig nodig.”

Je hebt nochtans een moeilijke verhouding met de kunstwereld.

“Nee, de kunstwereld heeft een moeilijke verhouding met mij. Maar ik maak me daar niet druk om. Ik weiger om toe te geven aan een kunstelite die bepaalt wat smaak is. Het systeem is haast misdadig; het onderwerp is belangrijker geworden dan de manier waarop je schildert. De nadruk ligt nu op netwerken, maar intussen vergeet men te werken. Helaas zal de stiel daaraan ten onder gaan, want alleen de manier waarop iets gemaakt is, zal de tijd verslaan.”

Hoe netwerk jij?

“Ik ben een netwerk op mezelf. (lacht) Ik produceer veel en ik schilder dicht bij het hart van de mens. Ik maak geen omweg, ik tracht hen onmiddellijk te bereiken. Ik ben compromisloos. Veel kunstenaars willen nu snel ergens geraken, maar niet hard werken. Dat was in de tijd van Picasso onmogelijk.”

Je hebt veel opgeofferd voor je kunst. Heb je nooit het gevoel gehad dat je daardoor iets zou missen?

“Ja, maar wat ik mis weegt niet op tegen de voldoening van kunst te maken. De opoffering is beperkt. Ik doe wat ik graag doe. Het is wel een disciplinaire job. Maar die job doe ik al veertig jaar, wat maakt dat ik resultaat boek en getraind ben in ontevredenheid. Met regelmaat, ook en vooral als het niet goed gaat, moet ik schilderen. Het is soms tien uur ploeteren voor twee uur bevrijding.”

Foto C. Van Puymbroeck

Hoe heeft die toewijding je persoonlijke leven beïnvloed?

“Het persoonlijke leven van een kunstenaar is onbelangrijk. Het gaat om zijn werk. Men zegt dat Picasso niet zo’n goeie mens was, oké, maar er zijn veel slechte mensen die niét Picasso zijn. Dat betekent niet dat ik geen persoonlijk leven heb. Iedereen heeft zo drie, vier mensen en daarmee moet je het doen. Die mensen vertegenwoordigen een planeet voor mij. Thuiskomen, eerst bij jezelf en dan bij iemand, is het belangrijkste. Je moet kunnen praten, maar ook schelden zoals Louis-Ferdinand Céline (Franse schrijver, red.). Als dat niet meer kan, dan leven we in een dictatuur. Voor de buitenstaander leef ik misschien een enorm saai leven, voor mezelf een buitensporig boeiend leven. Ik blijf vaak binnen, ik werk veel en op honderd vierkante meter maak ik wereldreizen. Soms denk ik, allez, geniet er eens van, ga op reis. Maar het aquarium waarin ik schilder is mijn beste toevluchtsoord. Vooral wanneer ik van mijn eigen beslommeringen af ben, zodat ik vergeet wie ik ben. Sam Dillemans bestaat niet meer.”

Je reist zelf weinig, maar leert de wereld kennen dankzij de literatuur, door andermans ogen.

“Als je schoonheid ervaart, kan je schoonheid teruggeven. Het leven is te kort om te focussen op lelijkheid. Ik ben weliswaar niet wereldvreemd, ik weet hoe verschrikkelijk de wereld kan zijn. Het is niet dat ik als marsepein door het leven ga. Juist daarom vlucht ik in de schoonheid. Stelt je jezelf open voor de wonderlijke zaken van deze wereld en het grote mysterie van de planeet, dan heb je tijd te kort. Het genieten is me dierbaar. Ik wil de schoonheid voor mezelf veilig stellen. (lacht) Juist door mij op te sluiten en mij te omringen met schoonheid en die terug te geven in mijn eigen vorm. Meer kan ik niet presteren. Als ik er dan nog mensen mee kan ontroeren, is mijn missie geslaagd.”

Wat zal je volgende thema worden?

“Ik denk landschappen, in de breedste zin van het woord. Met stift, met olieverf, op een doek van drie op vijf, met dikke verf. Tegelijkertijd overweeg ik om iets te doen met de gruwelen van de twintigste eeuw, zoals de Holodomor in Oekraïne (hongersnood in 1932-1933, red.). De schande van de twintigste eeuw eigenlijk. Er is nog veel te doen.”

Je wil zo oud mogelijk worden om nog zoveel mogelijk te kunnen schilderen, maar wat doe je daar in het dagelijks leven aan? Je staat bijvoorbeeld bekend als een fervent roker.

“Ja, ik rook veel, maar ik schilder meer. Mijn vrienden zeggen weleens dat ik geschilderd heb voor drie levens. Als ik morgen mijn deur sluit, kan ik terugkijken op een parcours dat de moeite loont. Dat heeft ermee te maken dat ik op mijn veertiende ben begonnen en nooit ben gestopt. Hoe lang dat gaat duren? Zolang de noodzaak er is. Er zijn nu eenmaal weinig alternatieven. Misschien schrijven, ik ben zot van literatuur, maar is het niet wat arrogant? Misschien als het schilderen niet meer gaat. Beter dat dan naar de kroeg te gaan. Maar bon, het is niet mijn vak en je voelt je al snel heel klein. De humor van Louis-Ferdinand Céline of Charles Bukowski is moeilijk te evenaren.”

Zit die humor ook in je schilderijen?

“Humor en schilderijen gaan niet samen. Dat is voorbehouden voor de literatuur. Daarom lees ik zoveel, om te compenseren. Het is niet zo dat ik schilder van ‘haha’, ‘hoho’, ‘haha’. Maar ik lach wel vaak in mezelf, omdat ik me anekdotes herinner. Het is een sololach eigenlijk. Dan begin ik te schaterlachen en zeggen de buren: ‘Hij heeft weer bezoek.’ Bezoek… Nee nee, ik ben alleen.” (lacht)

Camille Van Puymbroeck

De tentoonstelling ‘FIGHTERS’ loopt van 5 oktober 2019 tot en met 5 april 2020 in Tentoonstellingsruimte Sam Dillemans, Eggestraat 2, 2060 Antwerpen. Geopend op woensdag, zaterdag en zondag van 14 uur tot 18 uur.