Dubbel zoveel Belgen fietsen naar het werk als 5 jaar geleden

Belga / E. Lalmand

Meer dan 1 op de 10 werknemers in België neemt voor de woon-werkrit geregeld de fiets. Dat zijn er dubbel zoveel als 5 jaar geleden. Dat blijkt uit cijfers van hr-dienstenbedrijf Acerta naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit. Ook het openbaar vervoer won de laatste 5 jaar aan populariteit ten koste van de auto.

De populariteit van de fiets voor het woon-werkverkeer stijgt in heel België, met Vlaanderen als trekker: 15,2% van de Vlamingen fietst regelmatig tussen thuis en werk. Koploper is Antwerpen, 1 op de 5 Antwerpse werknemers fietst naar het werk, en Limburg is de snelste groeier.

E-bike helpt grote afstanden overbruggen

In Wallonië is de fiets het minst populair (0,9%). Niet onlogisch gezien de grotere afstanden en de hoogteverschillen. Brussel krijgt 3,73% van de werknemers regelmatig op de fiets. In 2013 was dat 2,0%.

In 2013 woonde drie kwart van de fietsers binnen een straal van 10 km van het werk, in 2018 is die groep geslonken tot 62%. De groep die meer dan 30 km naar het werk fietst, groeide in diezelfde tijd van 5,5% naar 9,8%. Door het succes van de e-bike is de gemiddelde gefietste woon-werkafstand op 5 jaar gestegen van 7,3 naar 9,4 km.

Openbaar vervoer

Een groeiend percentage werknemer gaat ook met de trein, bus, tram of metro naar het werk: van 2,8% in 2013 naar 4,2% in 2018 voor België, in Vlaanderen van 2,5% naar 3,8%. «Die groei moeten we relativeren: gemiddeld plus 51% in 5 jaar is een heel pak minder dan wat de fiets (+ 104%) doet. Het absoluut belang van het openbaar vervoer blijft beperkt: nog altijd maar 4,15% van de werknemers kiest ervoor.»

De cijfers zijn gebaseerd op de werkelijke gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers uit de private sector, zowel kmo’s als grote ondernemingen.