MOVIES. Regisseur Anke Blondé over ‘The Best of Dorien B.’: “De wereld van dierenartsen is een gekke arena”

MOVIES. Regisseur Anke Blondé over 'The Best of Dorien B.':
Foto R.V.

Vorig weekend mocht ‘The Best of Dorien B.’ nog het filmfestival van Oostende openen, nu komt hij ook overal in de zalen. Het zijn fijne tijden voor regisseur Anke Blondé, die met een omweg van 20 jaar eindelijk haar eerste langspeelfilm heeft kunnen maken. Noem deze speelse tragikomedie over leven, lijden, ontrouw en ontgoocheling echter vooral geen vrouwenfilm.

Anke Blondé (kleine foto): “Het verhaal is heel dicht bij mij vertrokken, al is het zeker niet autobiografisch. Het gaat op de duur zijn eigen leven leiden en uiteindelijk heeft het niet zoveel meer met mij te maken. In mijn hoofd is de film ook niet meer van mij alleen. Door met andere mensen samen te werken, kom je automatisch op andere ideeën. Al ben je als regisseur wel de persoon die alle keuzes maakt. Je plukt altijd inspiratie uit je eigen leven.”

Wat is voor jou de kern van de film?



“Het gaat over de vraag wat je moet doen als alles waarvan je dacht dat het de waarheid was, plots een leugen blijkt te zijn. Het hoofdpersonage, Dorien B., moet zichzelf opnieuw definiëren en op zoek gaan naar wat ze zelf belangrijk vindt. Er is ook het gevoel dat het leven niet biedt wat ze ervan verwacht had. Een mens heeft geen zeven levens. Meestal is het zo dat je één keuze maakt, qua beroep bijvoorbeeld, en dan blijf je dat pad volgen. Dan kan het gebeuren dat je je op een bepaald moment afvraagt: ‘Is dit het nu?’”

Dorien is dierenarts. Hoe ben je daarop gekomen?

“Ik heb voor het script samengewerkt met Jean-Claude Van Rijckeghem en Dries Phlypo. Zij hebben mijn oorspronkelijke idee meer gestructureerd. Dat was een goeie zaak want ik wou er te veel insteken. Dankzij hen is Dorien bijvoorbeeld 100% het hoofdpersonage geworden, terwijl ik oorspronkelijk ook het verhaal van haar vader wou vertellen. En ze zijn op de proppen gekomen met het beroep van dierenarts. Ik vond het meteen een goed idee. We hebben het nog niet vaak gezien in films en het is een gekke arena. Tijdens mijn research hoorde ik dat de mensen die met hun huisdier bij de dierenarts komen, vaak zelf een groter probleem hebben dan hun kat of hond. (lacht) En dan beginnen ze te vertellen tegen de dierenarts terwijl die hun huisdier verzorgt.”

Dorien maakt zich zorgen dat ze borstkanker heeft. Wat betekent die ziekte voor jou?

“Het is me vooral te doen om de vrouwelijkheid van die ziekte. De borst is voor mij het meest vrouwelijke lichaamsdeel. Als je je als vrouw daarin aangetast voelt, is dat heel confronterend. Een vriendin heeft dat kankergen in zich en moest haar borsten preventief laten amputeren. Dat heeft een diepe impact op mij gehad, vooral omdat ze er ongelooflijk krachtig mee omging. Het heeft me geïnspireerd om dat idee in de film te verwerken, en het deed me nadenken over wat het betekent om vrouw te zijn. Ik heb mijn eigen vrouwelijkheid pas echt ontdekt toen ik de 20 al een stuk voorbij was. Daarvoor was ik zo’n beetje een tomboy, wat ik trouwens nog altijd een beetje heb. Als vrouw krijg je allemaal plaatjes opgedrongen over wat een vrouw moet zijn, om te voldoen aan het beeld dat mannen hebben van vrouwen.”

Je bent al twintig jaar geleden afgestudeerd van de filmschool. Heb je ooit gedacht dat je waarschijnlijk nooit een langspeelfilm zou maken?

“Natuurlijk. Maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik regisseur ben. Diep vanbinnen bleef ik denken dat ik het ooit wel zou doen. Het is gewoon door omstandigheden gekomen dat ik nu pas mijn eerste langspeelfilm heb gemaakt. Ik ben niet per se rouwig om, al had het ook tien jaar eerder mogen gebeuren. Alleen had ik toen twee baby’s, en dat maakte de situatie niet gemakkelijker. Ik heb ook altijd fel moeten vechten tegen faalangsten. Dat was in mijn studietijd al zo. Ik was te perfectionistisch en wou alles te goed doen, en dat is heel gevaarlijk.”

Hoe overwin je dat? 

“Met vallen en opstaan zeker? Een gevolg van die faalangst is dat ik enorm uitstelgedrag vertoon. Als je iets niet doet, kun je het ook niet verkeerd doen. Het is heel raar, want ik weet wel dat ik bepaalde talenten heb. Maar ik ben uit onzekerheid lang in een hoekje blijven zitten. Het is ook iets vrouwelijks, denk ik. Mannen zullen sneller denken dat ze iets kunnen, ook al is dat niet het geval. Ik heb tegelijk de Pippi Langkous-instelling van ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het wel’. Die heb je ook nodig om iets te verwezenlijken in je leven.”

Ruben Nollet / @rubennollet

RECENSIEOVERZICHT
The Best of Dorien B.