MOVIES. Fatih Akin over zijn schokkende seriemoordenaarfilm ‘Der Goldene Handschuh’

Foto Warner Bros

Een van de meest opmerkelijke films op het festival van Berlijn dit jaar was ongetwijfeld ‘Der Goldene Handschuh’, een snoeiharde thriller over het leven en werk van de Hamburgse seriemoordenaar Fritz Honka. “Dit gaat nu eenmaal over schokkende dingen”, zegt regisseur Faith Akin.

Begin jaren 70 slachtte Fritz Honka, een man met een weinig vleiend uiterlijk, in Hamburg verschillende vrouwen af. Het duurde vier jaar voor de politie hem bij de lurven greep, en dat kwam vooral omdat zijn slachtoffers net zoals Honka zelf uit de onderbuik van de maatschappij kwamen. Met als verzamelpunt de bruine kroeg ‘Zum goldenen Handschuh’ (‘In de gouden handschoen’), waar Honka en zijn wijkgenoten zich elke dag te pletter zopen.

Regisseur Fatih Akin                                                                                                          Foto AFP / J. Mc Dougall

Fatih Akin: “Honka was geen seksuele pervert die ervan genoot om vrouwen te vermoorden. Integendeel, hij werd gedreven door seksuele frustratie. Omdat hij zo afzichtelijk lelijk was en een laag zelfbeeld had, kon hij geen vrouw krijgen. Hij kon ook geen erectie krijgen omdat hij zoveel dronk. Dat hebben dokters me uitgelegd en dat toon ik ook in de film. We drinken allemaal wel een glaasje, maar als je zoveel alcohol in je lijf giet als Honka en de anderen in het café ‘Zum goldenen Handschuh’, dan heeft dat een effect op je lichaam.”

Je houdt je nauwgezet aan de historische details. Waarom vind je dat belangrijk?

“Ik wou zo dicht mogelijk aanleunen bij de historische zaak, en die is grotesk. Sommige mensen vinden de film karikaturaal, maar ik kan je verzekeren dat het er wel degelijk zo aan toeging. Ik nodig je uit om op YouTube een filmpje te zoeken met de titel ‘Drunken Germans’. Die wereld zag er zo uit. Zo lelijk en tegelijk enorm fascinerend. Kijk, als ik een film maak, moet ik kunnen geloven wat ik op het scherm zet. Anders zal mijn film nergens op lijken. Dat is altijd mijn heilige overtuiging geweest. Het helpt dus als je het verhaal zo precies en accuraat mogelijk vertelt.”

 

Wist je hoe ver je kon gaan met het expliciete geweld?

“Je moet je grenzen kennen. Neem de scène waar Honka een vrouw afranselt met een fles. Daar heb ik duidelijk beslist om het resultaat van die brutaliteit niet te tonen. Anderen zouden dat wel doen. Ik probeer liever om de impact van het geweld te laten aanvoelen. ‘Der goldene Handschuh’ werkt veel meer met geweld dat in het hoofd van de kijker ontstaat. Daarom laat ik bepaalde moordscènes ook zo lang aanslepen. Zo toon ik dat het leven kostbaar is. Ik vond geen andere oplossing die even effectief was. Ja, die scènes zijn schokkend. Maar ze gaan nu eenmaal over schokkende dingen.”

Honka sneed de lijken in stukken en verborg die in de muren van zijn appartement, waardoor de boel op de duur vreselijk ging stinken. Toen er klachten kwamen, wees hij zijn Griekse onderburen met de vinger. Is dat een kritiek op Duitsers die graag buitenlanders de schuld geven voor dingen die ze zelf veroorzaken?

“Ik zou het niet echt een kritiek noemen. Het is een precies portret van die samenleving. Ik kom zelf uit die wijk en ik ken de mensen die de hele dag in cafés zoals ‘Zum goldenen Handschuh’ rondhangen en zich te pletter zuipen. Je vindt ze daar vandaag nog steeds en ze zien er nog steeds hetzelfde uit. De reflex om buitenlanders met de vinger te wijzen, is ook niet verdwenen. Ik weet nog dat ik met een acteur zat te lachen dat de Griekse personages er zo aantrekkelijk uitzien, terwijl al de Duitsers zo lelijk als de nacht zijn. (lacht) Dat was niet met opzet. Maar ik weet zeker dat ik, als ik de internetforums uitpluis, commentaren zal vinden van mensen die me verwijten dat ik de Duitsers in een kwalijk daglicht stel.”

Er bestaan weinig films zoals ‘Der goldene Handschuh’. Had je films in gedachten toen je hem maakte?

“Voor mij is dit een horrorfilm. ’Henry: Portrait of a Serial Killer’ was bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron voor mij. Los daarvan zie ik het horrorgenre heel breed. Ik heb bijvoorbeeld ook gekeken naar ‘The Hunchback of Notre Dame’, de oude versies met Anthony Quinn en Charles Laughton. Die hebben me diep geraakt als kind. Ik was er doodsbang van. Ik hou ook heel erg van Frankensteins monster als concept. In de originele film verdrinkt Boris Karloff een klein meisje, en toch voelen we empathie voor dat personage. ‘Freaks’ van Todd Browning is nog zo’n meesterwerk. Zulke griezelfilms spreken me veel meer aan dan schrikfilms à la ‘The Conjuring’ of ‘Annabelle’. Dit is geen spookhuishorror.”