Tweehonderdduizend via internet gepleegde feiten zouden niet aangegeven zijn

Tweehonderdduizend via internet gepleegde feiten zouden niet aangegeven zijn

Uit die Veiligheidsmonitor, het grootschalige bevolkingsonderzoek van de politie dat bij 168.206 burgers is uitgevoerd, blijkt dat drie vierde van de respondenten zich bijna altijd veilig voelt in zijn of haar buurt. Ook opvallend: ongeveer 200.000 via internet gepleegde feiten zouden niet aangegeven zijn. De buurtproblemen die het meeste werden gemeld, waren onaangepaste snelheid in het verkeer (66 procent), sluikstorten en zwerfvuil op straat (50 procent), en agressief gedrag in het verkeer (44 procent). De feiten waarvan burgers meldden het meeste slachtoffer geweest te zijn het afgelopen jaar waren oplichting via internet (8 procent), inbraak in een computer of smartphone (8 procent) en bedreiging, niet via internet (5 procent).

Maar slechts 14 procent van de respondenten die aangaven dat ze het afgelopen jaar het slachtoffer waren van inbraak in een computer of smartphone deed hier ook aangifte van bleek uit de resultaten van Veiligheidsmonitor 2018 die samen met de criminaliteitscijfers 2018 werden voorgesteld. Voor oplichting via internet, of intimidatie en pesten via internet, was dit 22 procent. De federale politie concludeert dat zo’n 200.000 via internet gepleegde feiten niet aangegeven zouden zijn.

De Veiligheidsmonitor duidt ook op een belangrijk “dark number” voor zedenfeiten. Hoewel 2 procent aangaf hier het afgelopen jaar slachtoffer van te zijn geweest, deed slechts 1 op de 5 aangifte.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V), die aanwezig was bij de voorstelling, zei dat wetenschappelijk onderzoek nodig is om te bepalen waarom de cijfers zo “disparaat” zijn. “Er kunnen verschillende factoren spelen.”

De criminaliteitsstatistieken voor 2018 tot slot, de geregistreerde feiten dus, bleven relatief stabiel ten opzichte van 2017. Een opvallende stijger is wel de informaticacriminaliteit, die steeg met 14,8 procent tegenover 2017.

bron: Belga