SOUNDCHECK. De indierockers van Local Natives zijn eindelijk klaar voor het grote publiek

SOUNDCHECK. De indierockers van Local Natives zijn eindelijk klaar voor het grote publiek
Foto Drew Escriva

Ontketend door de creatieve impulsen van gerenommeerde producer Shawn Everett (bekend van The War On Drugs, Vampire Weekend, Weezer,…) komt het indierockkwintet Local Natives met de nieuwe worp ‘Violet Street’. De band uit Los Angeles is met zijn vierde album niet aan z’n proefstuk toe, maar scoort eindelijk nog eens bovengemiddeld. Zanger en multi-instrumentalist Kelcey Ayer staat buiten aan een hotel in Londen, waar hij op een zonnige dag even tijd maakt voor Metro.

Kelcey, je schreef de nummers samen met de rest van de band, zoals met jullie eerste album. Waarom pikten jullie deze methode weer op?

“Het was eigenlijk nog een beetje anders. We gingen voor een maand naar Mexico, speelden daar elke dag samen en namen dingen op die we cool vonden klinken. Dat waren eigenlijk de beginsels van ideeën voor liedjes. Daarna gingen we terug naar LA waar we dagelijks in Shawn Everetts studio aan die nummers werkten. We wisten niet wat er ging gebeuren, maar we waren klaar voor iets anders. We hadden gewoon een vibe en een mood die onze plaat dicteerde. We kregen meer vrijheid en wilden niet te veel nadenken.”

Woonden jullie dan samen toen jullie het album opnamen in Los Angeles?



“Ongeveer, we waren altijd samen. We woonden allemaal in dezelfde stad en maakten de plaat in de studio van Shawn in Violet Street, waarnaar het album vernoemd is. Met de vorige twee albums waren we op verplaatsing. Deze keer bleven we in L.A. en hadden we nog ruimte en tijd voor ons privéleven. Dat was veel beter. Het was eigenlijk best een fantastisch jaar.” (lacht)

Er is veel geëxperimenteerd. Dat hoor je duidelijk op het album.

“Ik weet niet waarom, maar elk gek idee paste perfect op onze plaat. In het begin was ik vaak gefrustreerd omdat er dagen waren dat ik een simpel concept had, maar Shawn wou nooit simpele dingen. Hij wou alles maken op een genuanceerde, creatieve manier. Na de eerste weken gooide ik gewoon mijn handen in de lucht en dacht ik: ‘wat je ook zegt, we doen het.’ Het was voor mezelf een interessant leerproces.”

Je kwam ook van je soloproject Jaws of Love. Was het een grote verandering?

“Tijdens mijn soloproject kwam ik erachter dat ik echt rekende op de andere leden. Dus ik was erg blij om terug met de band te werken. Ook al is dat soms moeilijk, want werken met Shawn was niet altijd even gemakkelijk. Je moet je er gewoon bij neerleggen en meegaan met zijn wilde creatieve stroom. Het voelde niet meer alsof iemand het schip in een bepaalde richting stuurde. Nee, ons schip zat in een kolkende stroomversnelling die elke kant opging. Soms raakte we daardoor wel gedesoriënteerd, maar het was wel spannend.”

Heeft iedereen in de band een specifieke rol om dat schip drijvende te houden?

“We hebben allemaal onze sterktes en staan elk op een verschillende, onverwachte manier in de spotlight op de plaat. We namen bijvoorbeeld het nummer ‘Café Amarillo’ op, dat gebaseerd is op een jamsessie in Mexico. We besloten op een bepaald moment allemaal van instrument te veranderen en het resultaat hoor je op het album. We verrasten onszelf met de nieuwe wind die we aan het nummer gaven. Het is belangrijk voor ons dat we elkaar niet in hokjes steken.”

Met drie singer-songwriters een plaat maken kan best moeilijk zijn, lijkt me.

“Het is zeker uitdagend om verschillende koks in de keuken te hebben, maar het eindresultaat is wel veel beter. Iedereen heeft een sterke mening en we hebben ellenlange discussies waarom we iets willen of niet. Op het einde van de dag is dat het allemaal waard.”

Wat was het meest memorabele moment van de opnames?

“Helemaal in het begin deden we een proefperiode met Shawn. Op een gegeven moment werkten we aan ‘Tap Dancer’ toen hij binnenkwam. Hij vertelde ons dat hij iets vet had gedaan en nam ons mee naar de studio. Daar speelde hij al de vocals die we gemaakt hadden tegelijk af in een soort prachtig buitenaards geluid. Onze monden vielen open van verbazing. We zijn het niet vaak allemaal eens over iets, maar dat was zo’n moment. Diezelfde avond besloten we nog dat Shawn de hele plaat moest maken met ons.”

‘Tap Dancer’ is meteen ook het meest breekbare nummer. Waarover gaat voor jou?

“Het gaat over nostalgie en herinneren hoe alles eruit zag toen het leven nog nieuw en geweldig voelde. Het leven was zo opwindend, je had een soort van sluier des jeugd over je heen. Alles was genieten ongeacht of het nep of echt was. Maar ondertussen zijn we allemaal in de dertig en beseffen we steeds meer hoe de wereld echt in elkaar zit.”

Zoek je daarom ‘shelter’, of beschutting, één van de onderwerpen van het album?

“Ons verantwoordelijkheidsgevoel stijgt samen met onze leeftijd, waardoor we steeds vaker de wereld in de ogen kijken. Er is overal zo veel aan de hand in de Verenigde Staten. Kijk maar naar Trump of schietpartijen op scholen of racisme. Dat maakt het soms echt heel overweldigend. Daarom gingen we op de plaat op zoek naar wat ons vrede brengt of afschermt van al die chaos. Ik heb bijvoorbeeld veel goede vrienden en familie en ook mijn vrouw en hond betekenen veel voor mij. Dat is mijn plek waar ik beschut ben van de rest van de wereld.”

Karsten Quix

‘Violet Street’ is uit bij Caroline Records. Local Natives speelt op 29 september in de Botanique in Brussel.