Investeringsbescherming in Europees-Canadees handelsakkoord CETA is legaal

Investeringsbescherming in Europees-Canadees handelsakkoord CETA is legaal

Het mechanisme voor het beslechten van geschillen tussen investeerders en overheden dat is opgenomen in CETA, het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada, is niet in strijd met het recht van de Europese Unie. Dat zegt het Europees Hof van Justitie. De rechters in Luxemburg hadden zich op vraag van België over CETA gebogen. Over CETA vloeide enkele jaren geleden heel wat inkt. Na onderhandelingen die jaren hadden aangesleept verliep de goedkeuring van de tekst door de Europese Unie in de herfst van 2016 niet zonder slag of stoot. Het was vooral België, meer specifiek het Waals en het Brussels gewest, dat dwarslag. Waals minister-president Paul Magnette haalde in binnen- en buitenland de krantenkoppen met zijn verzet tegen CETA omdat het bepaalde sociale- en milieunormen op de helling zou zetten. Tegenstanders van CETA vreesden ook dat het in het verdrag opgenomen mechanisme voor de bescherming van investeerders ondemocratisch zou zijn en in strijd met het EU-recht.

CETA kon pas op 30 oktober 2016 worden ondertekend nadat aan het verdrag een ‘interpretatieve verklaring’ was toegevoegd over het toepassingsgebied van de bilaterale overeenkomst. Het Belgische verzet kon bovendien pas worden opgeheven nadat tijdens overleg tussen de federale regering en de deelstaten overeengekomen was dat ons land het Europees Hof van Justitie om advies zou vragen over de verenigbaarheid van de investeringsbescherming die in CETA inbegrepen is en het Unierecht.



Dat mechanisme is perfect legaal, stellen de Europese rechters nu, anderhalf jaar nadat vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) de vraag om advies formeel in Luxemburg heeft ingediend. In CETA is niet het fel bekritiseerde ISDS-mechanisme (Investor-State Dispute Settlement System) opgenomen, maar is voorzien in de oprichting van een Gerecht en een Beroepsinstantie. Op termijn moeten die ingekanteld worden in een nieuw multilateraal investeringsgerecht, dat conflicten tussen investeerders en overheden regelt. Dat ‘stelsel van investeringsgerechten’ (Investment Court System, ICS) past helemaal in de Europese verdragen, zegt het Hof in Luxemburg.

Het mechanisme dat de EU en Canada overeengekomen zijn om bescherming te bieden aan Canadese bedrijven en natuurlijke personen die in de EU en haar lidstaten investeren, en aan Europese bedrijven en burgers die in Canada investeren, blijft netjes binnen de wettelijke kaders die democratisch tot stand zijn gekomen, zo leggen de rechters uit. Het is uitgesloten dat er kan worden getornd aan de keuzes die gemaakt zijn op het vlak van de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de openbare zeden, de gezondheid en het leven van personen en dieren, het behoud van de voedselveiligheid, de planten, het milieu, de productveiligheid, de consumentenbescherming en de grondrechten, luidt het expliciet. Het Hof neemt ook genoegen met de garanties die gegeven werden over de toegankelijkheid van de in het vooruitzicht gestelde rechtbanken voor kmo’s. Het ‘exclusieve’ en ‘ondemocratische’ karakter van de ISDS-regelingen die jarenlang in handelsakkoorden waren opgenomen, was een van de voornaamste punten van kritiek op dat achterhaalde systeem.

Minister Reynders reageerde meteen tevreden op het advies van de rechters in Luxemburg. “Met dit advies heeft het Hof de laatste juridische bezwaren verworpen”, zegt hij. Niets lijkt nu de definitieve goedkeuring van CETA door Wallonië en Brussel nog in de weg te staan.

Het handelsakkoord trad in september 2017 al voorlopig in werking. Pas wanneer alle Europese lidstaten het volledig zullen hebben geratificeerd, zal CETA volledig worden toegepast. Op dat moment zal ook het ICS-stelsel actief worden. In tegenstelling tot ISDS zal dat mechanisme transparant zijn en niet steunen op ad-hoctribunalen, benadrukte de Europese Commissie al.

bron: Belga