Belgisch mensenrechteninstituut krijgt groen licht in commissie

Belgisch mensenrechteninstituut krijgt groen licht in commissie

België krijgt een federale instelling voor de rechten van de mens. De Kamercommissie Buitenlandse Betrekkingen heeft het wetsvoorstel in die zin vrijdag goedgekeurd. Het mensenrechteninstituut zal bevoegd zijn voor alle federale aangelegenheden die niet worden behandeld door andere organisaties. België telt talloze organisaties die bevoegd zijn voor bepaalde aspecten van de mensenrechten, denk maar aan het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, de Comités P en I of Unia. Maar een nationaal instituut dat toeziet op de naleving van àlle mensenrechten, bestaat tot nog toe niet. Onder meer het federaal migratiecentrum Myria en Unia riepen de federale regering al op om zo’n instituut op te richten, en ook de Verenigde Naties raadden ons land al aan dat te doen.

Het wetsvoorstel voor de oprichting van de hand van parlementsleden van CD&V, MR en cdH is gebaseerd op een eerder wetsontwerp van CD&V-ministers Kris Peeters en Koen Geens. Het voorstel rondde vrijdag de kaap van de Kamercommissie en moet nu nog plenair worden gestemd. Enkel N-VA stemde vrijdag tegen.



De “federale instelling voor de rechten van de mens” zal bevoegd zijn voor alle federale bevoegdheden die nog niet door de andere mensenrechtenorganisaties worden behandeld. In de toekomst kan het centrum wel geïnterfederaliseerd worden, waardoor het ook de aangelegenheden waarvoor de gewesten en gemeenschappen bevoegd zijn kan bestrijken. In de huidige legislatuur was daar niet genoeg tijd meer voor, onder meer omdat daar een samenwerkingsakkoord voor nodig is.

Het mensenrechtinstituut zal onder meer adviezen en rapporten kunnen afleveren, en problemen aandragen bij het Grondwettelijk Hof, de Raad van State of gewone rechtbanken. Individuele klachten behandelen kan niet, iets wat vooral de Franstalige oppositiepartijen Ecolo, PS en cdH betreurden.

Het mensenrechtinstituut zou bestaan uit een raad van bestuur met twaalf leden uit de academische wereld, het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en het gerecht. Daarnaast voorziet het ontwerp in een overlegraad samengesteld uit alle sectorale instanties, die minstens vier keer per jaar samenkomt.

bron: Belga