Brand in meubelzaak Vilvoorde: pand vernield, twee aanpalende woningen beschadigd

De meubelzaak in Vilvoorde die zaterdagavond getroffen werd door een brand, is bijna volledig uitgebrand. Twee aanpalende woningen hebben ook schade opgelopen en zijn minstens tijdelijk onbewoonbaar, maar de andere omringende gebouwen zijn gevrijwaard gebleven. Dat zegt burgemeester Hans Bonte van Vilvoorde zondagochtend. “Er zijn gelukkig geen gewonden gevallen en bijna alle geëvacueerde bewoners zijn naar hun woningen kunnen terugkeren. We onderzoeken nu of de roet asbest bevat.” De brand in het pand in de Kolveniersstraat ontstond zaterdagavond rond 22.00 uur en breidde snel uit. Toen de brandweer ter plaatse kwam, sloegen de vlammen al uit het dak. Omdat er risico was dat het vuur zou overslaan op aanpalende woningen, evacueerden de hulpdiensten een dertigtal omwonenden. Versterking werd ingeroepen van de brandweer van Puurs en Brussel.
Omdat het pand waar de brand woedde volledig ingesloten lag, was het voor de brandweer moeilijk om het vuur te blussen. Het duurde tot omstreeks 04.00 uur voor de brand onder controle was en al die tijd had de brandweer ook de handen vol met vermijden dat het vuur zou overslaan naar de aanpalende gebouwen.
“De meubelzaak zelf is uiteindelijk bijna volledig uitgebrand en twee aanpalende woningen hebben schade opgelopen”, zegt de burgemeester. “In één geval door de hitte en het bluswater, in de andere woning is er enkel waterschade. Het nablussen van het getroffen gebouw zal nog uren duren, maar intussen bekijkt een ingenieur ook al of de stabiliteit van het gebouw in gevaar is. Het parket heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de brand.”
Door de ouderdom van het uitgebrande gebouw bestaat de mogelijkheid dat er asbest aanwezig was en dat die door de rook is vrijgekomen. Het stadsbestuur heeft daarom een analysebureau aangesteld om de roetdeeltjes te onderzoeken. Zolang er geen duidelijkheid is, wordt omwonenden gevraagd om eventuele roetresten in tuin of terras niet zelf te verwijderen maar te melden.

bron: Belga