“Wereldwijde onverschilligheid voedt mensenrechtenschendingen in Midden-Oosten”

De overheden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten blijven zich op grote schaal schuldig maken aan de repressie van burgers en andere schendingen van mensenrechten. Dat klaagt Amnesty International aan in een vandaag gepubliceerd rapport. Maar de mensenrechtenorganisatie wijst ook op de verantwoordelijkheid van de Westerse landen, die met wapenhandel en zakendeals de wantoestanden mee in de hand zouden werken. Amnesty International beschrijft in het rapport “Human rights in the Middle East and North Africa: A review of 2018” hoe de overheden in de hele regio Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) vorig jaar bleven doorgaan met het onderdrukken van afwijkende meningen en met het vervolgen van demonstranten, burgerorganisaties en politieke tegenstanders.

De organisatie hekelt dat die mensenrechtenschendingen vaak plaatsvinden “met de stilzwijgende steun van machtige bondgenoten”. Ter illustratie verwijst Amnesty naar het dossier van Jamal Khashoggi, de Saoedische journalist die in oktober vermoord werd in het consulaat in Istanboel. Ondanks de ophef over die zaak weigerde de internationale gemeenschap in te gaan op de vraag om een onafhankelijk VN-onderzoek in te stellen, zo wordt ook benadrukt.

Ook beklemtoont de mensenrechtenorganisatie dat landen als de verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de wapenleveringen aan het regime in Riyad zijn blijven voortzetten. “De door Saoedi-Arabië geleide coalitie in het conflict in Jemen kon daarmee burgers, scholen en ziekenhuizen aanvallen, wat duidelijk in strijd is met het internationaal recht”, aldus Amnesty.

Het rapport toont voorts ook aan dat het hardhandige optreden tegen afwijkende meningen en het maatschappelijke middenveld in 2018 aanzienlijk toegenomen is in Egypte, Iran en Saoedi-Arabië. Zo werden het voorbije jaar in Iran meer dan 7.000 betogers, studenten, journalisten, milieuactivisten, arbeiders en mensenrechtenverdedigers gearresteerd. Ook dat veroorzaakte volgens de mensenrechtenorganisatie slechts een gebrekkige internationale respons.

“Bondgenoten van MENA-regeringen geven altijd weer voorrang aan lucratieve zakendeals, veiligheidsakkoorden en winstgevende wapenverkopen. Mensenrechten trekken aan het kortste eind. Dat werkt misbruiken in de hand en creëert een sfeer waarin deze regeringen zich onaantastbaar voelen en zich boven de wet verheven wanen”, zegt Philip Luther van Amnesty.

bron: Belga