Dit kan je verwachten van een vakantie in het populaire IJsland

Desolate landschappen, spectaculaire watervallen en schattige moshuisjes in the middle of nowhere. Dat is IJsland volgens Instagram. Wie er de cijfers op naslaat, weet dat je daar ook een pak toeristen bij mag denken. Ik maakte een rondreis langs de populairste route in een van de populairste landen ter wereld. 

IJsland staat al een kleine eeuwigheid op mijn bucketlist. Zo lang, dat het toerisme er intussen zowat zijn maximumcapaciteit bereikt heeft en dat mijn beeld van het land misvormd is door de wildgroei aan zwaar bewerkte foto’s op Instagram. Ik vrees voor vertrek dus een heel klein beetje dat de reis mijn hooggespannen verwachtingen niet zal kunnen inlossen.



Etappe 1: Reykjavik en de Golden Circle

Ik begin mijn tiendaagse rondreis in Reykjavik. De stad zelf laat ik grotendeels links liggen: op een bijzondere kerk na is er niet veel te zien. Via de Ring Road vertrek ik met de wagen richting The Golden Circle. De drie bezienswaardigheden die je pad kruisen geven een perfect voorsmaakje wat je verderop in het land te wachten staat: een natuurpark, een geiser en een grote waterval. De totale route beslaat zo’n 300 kilometer. Efficiënte reizigers leggen dat parcours af op een viertal uur. Ikzelf doe er zes uur over omdat ik zowat elke steen die ik tegenkom, wil fotograferen. Zoals voorspeld ontmoet ik hier flink wat mede-toeristen, maar toch valt het een pak beter mee dan ik had verwacht.

Etappe 2: Landmannalaugar

Dit bergachtige gebied wordt door veel mensen omschreven als het mooiste én het natste stukje van het land. De vierdaagse trektochten zijn hier ontzettend populair, maar wegens tijdsgebrek besluit ik mijn bezoek te beperken tot een dagtrip. In een 4×4-bus hobbel ik een tweetal uurtjes over de landwegen. Onderweg passeer ik mindblowing landschappen. Van pure opwinding zit ik de hele rit zowat tegen het raam geplakt.

Ter plekke kom je aan in een soort basiskamp waar je je tent kan opslaan, kan douchen en baden in een warmwaterbron. Neem dus zeker handdoeken en reservekledij mee. In het kamp zelf is het redelijk druk, maar dankzij de verschillende wandelroutes zit het wel snor met de verspreiding van alle trekkers. Urenlang wandel ik op mijn eentje door de regen langs de meest surreële en verlaten landschappen, niet goed wetend of ik nota bene wel op het juiste spoor ben. De ervaring situeert zich ergens tussen pure verbazing en pure paniek.

Etappe 3: Skogafoss en Solheimasandur

Tijdens deze etappe tackel ik opnieuw twee razendpopulaire hotspots: een indrukwekkend grote waterval, het welbekende vliegtuigwrak en een zwart strand. Hier tref ik voor het eerst de scenario’s aan waar ik vooraf voor vreesde: hordes toeristen die staan aan te schuiven voor min of meer dezelfde foto. Uiteraard ben ik zelf evenmin onschuldig. Ook ik ga parmantig voor de waterval staan, er zorgvuldig op lettend dat er geen enkele andere toerist te zien is. En bij het vliegtuigwrak, toch op zo’n viertal kilometer wandelen van de parking, wacht ik zelfs een drietal uur om het desbetreffende desolate plaatje te kunnen schieten. Toegewijde toerist of volslagen idioot? Op de terugweg naar de donkere, koude campervan neigde ik naar het tweede, maar nu ben ik blij met het prachtige souvenir.

Etappe 4: Jokulsarlon en de oostfjorden

Jokulsarlon is een van de grootste gletsjermeren ter wereld. De gigantische blauwe ijsblokken hebben een intussen iconische status bij natuur- en fotografieliefhebbers. Dit is voor mij één van de uitkijkpunten van de reis. In onze reisgids lees ik voor vertrek echter een heel belangrijke tip: op zo’n zes kilometer voor Jokulsarlon ligt Fjallsarlon. Dit is eveneens een gletsjermeer, maar veel kleiner en dus ook veel kalmer dan z’n grote broer. Wie rustig de tijd wil nemen om rond te wandelen en zijn ogen de kost wil geven, doet er goed aan om dit meer ook een kans te geven. Wie weinig tijd heeft, kan zelfs Jokulsarlon overslaan en enkel Fjallsarlon aandoen.

Wie na Jokulsarlon verder rijdt naar het oosten, zal merken dat de toeristen steeds schaarser worden. Hoe ongelofelijk mooi die hotspots ook zijn, het is pas in het oosten dat je het échte IJsland binnenrijdt. Wegen waar je niemand tegenkomt, prachtige kliffen, meertjes, een eindeloze horizon… De rust en de verlatenheid van het landschap neemt al snel beslag op mijn hele lichaam: ik word helemaal zen in mijn oude wagentje.

Etappe 5: Borgafjörður en Husavik

In de oostfjorden kan je op verschillende plaatsen zowel papegaaiduikers als walvissen spotten. Voor die eerste moet je in Borgafjörður Eystri zijn. Daar vind je duizenden puffins die gezellig samenhokken op de kliffen naast het water. Hier komt logischerwijze volk op af, maar het gaat dan om een tien- tot twintigtal mensen. Husavik is één van de grootste steden in het noorden van het land en leeft grotendeels voor de toeristen die hier walvissen komen spotten. Het aanbod aan accommodatie en gezellige restaurantjes is hier groter dan elders: een welkome afwisseling na de rustige oostfjorden. Hier vind je behoorlijk wat hotspots in de buurt, maar die zijn over het algemeen toch net iets kalmer dan in het westen en het zuiden van het land. Wil je grote massa’s ontlopen, dan moet je hier zijn.

 

Praktisch

  • Mijn reis naar IJsland vond plaats in juli, dus midden in het hoogseizoen. Wie pakweg in september gaat, zal wellicht minder toeristen tegen het lijf lopen.
  • Ik heb het merendeel van de nachten geslapen in een campervan. Dit heeft me ongeveer 130 euro per dag gekost. Dat lijkt veel, maar dat is beduidend goedkoper dan overnachten op hotel.
  • IJsland is erg duur. Wie geld wil besparen, kan kamperen en zelf zijn eigen potje koken. Het loont de moeite om vooraf even op te zoeken welke campings hygiënisch zijn en goede kookfaciliteiten hebben, want dat varieert sterk.
  • Om de volledige route rond het eiland te doen moet je minimaal tien dagen rekenen.