The Bony King of Nowhere: “Eigenlijk zijn we allemaal maar knoeiers”

Foto A. Coene

Niets is zo mooi als een eerste liefde, niets is zo pijnlijk als het onvermijdelijke uiteenspatten ervan. Het is exact die hartzeer die Bram Vanparys bezingt op ‘Silent Days’, de vijfde plaat van The Bony King of Nowhere.

Hoe raap je jezelf weer bij elkaar nadat je loeihard met je hoofd tegen de muur geknald bent? Op die vraag zocht Bram Vanparys de afgelopen jaren naarstig een antwoord. De oplossing kreeg de titel ‘Silent Days’.



Het is alweer vier jaar geleden dat ik de muzikant in levenden lijve sprak. In die tijd is er veel veranderd. Hij verkaste met zijn vrouw naar een caravan in de Vlaamse Ardennen, zag zijn huwelijk op de klippen lopen en hing zijn gitaar een tijdje aan de wilgen.

“Ik ben aan mezelf beginnen twijfelen”, verklaart de muzikant. “Dat is deels te danken aan mijn obsessie met grote songschrijvers als Bob Dylan, Joni Mitchel en Neil Young. Hun invloed is heel duidelijk hoorbaar in mijn muziek, maar het leeuwendeel van hun nummers dateert wel al uit de jaren 60-70. Ik kwam dus tot de conclusie dat mijn eigen muziek een hedendaagse toets miste. Nina Simone zei ooit dat elke grote artiest de tijd waarin hij leeft moet reflecteren. Die uitspraak heeft mij aan het denken gezet. Ik ben op zoek gegaan naar mijn eigen taal.”

Had je die na vier platen nog niet gevonden dan?

“Nee, ik had het gevoel dat ik na mijn vorige album in een doodlopend straatje beland was. Een mooi straatje, daar niet van, maar het liep wel dood. Heel lang kon ik enkel denken ‘Shit, wat nu?’, tot ik besefte dat ik gewoon stap voor stap mijn route moest zoeken. En dat ik mijn eigen weg moest banen door het open veld aan mogelijkheden. Ik ben er trots op dat me dat gelukt is. Dat ik heb kunnen weerstaan aan de verleiding van de gemakkelijke, platgetreden paden. Ook al heeft me dat drie jaar gekost.”

Een deel van die drie jaar heb je doorgebracht in een caravan in the middle of nowhere. Hoe kwam je daarbij?

“Ik heb altijd al buiten in de natuur willen wonen, dus dit was een soort van experiment. Veel westerse mensen zijn erg gehecht aan hun materiële bezittingen, ik wilde daar net van loskomen. Het doel was om te downsizen en te overleven met het absolute minimum aan westers comfort. Ik had gehoopt dat het tof en inspirerend zou zijn. In realiteit suckte het gewoon heel hard.”

Waarom viel het zo tegen?

“Omdat ik gaandeweg ontdekte dat ik helemaal niet op den buiten wil wonen. Dat heeft niet zoveel te maken met de natuur op zich, wel met de mensen die daar wonen. Ik vond er heel moeilijk aansluiting mee, de mensen om mij heen leken zo kleingeestig en bekrompen. Zelfs in een gesprek van amper vijf minuten werd er afgegeven op ‘die vreemden’. Wellicht valt dat te verklaren omdat er daar geen ‘vreemden’ wonen. Die uitspraken komen er uit angst voor het onbekende. Of omdat ze bang zijn om hun kleine wereldje kwijt te spelen. Zo’n dorp is een heel beschermde gemeenschap waar iedereen elkaar kent. En mensen daar hebben schrik om dat te verliezen. Daar spelen partijen als het Vlaams Belang en N-VA dankbaar op in.”

Het had dus niets te maken met de caravan op zich?

“Ook dat was niet zo vanzelfsprekend. Ik ben de laatste die dat idee zal romantiseren. Als het winter is buiten, dan is het ook winter binnen. Wanneer ik wakker werd, was het rond mij -3 graden en stond er ijs aan de binnenkant van mijn raam. Het is interessant om dat eens mee te maken, maar ik wist natuurlijk ook dat ik altijd terug kon.”

Na een half jaar in die caravan is je huwelijk op de klippen gelopen en bleef jij er alleen achter. Ik kan me inbeelden dat dat zwaar was.

“Dat was de donkerste periode uit mijn leven, maar vreemd genoeg heb ik er weinig herinneringen aan. Ik had op dat moment geen job, noch een sociale omgeving. Ik denk dat ik overgeschakeld ben op een soort primitief overlevingsmechanisme.”

Die eenzaamheid klinkt ook door in je muziek. Is dit voor jou een soort break-upplaat?

“Het klinkt zo, maar dat is het eigenlijk niet. Alle nummers zijn een half jaar voor de breuk geschreven, opvallend genoeg. Het is een pré-break-upplaat. Ik ben nu 32, 13 jaar daarvan ben ik samen geweest met mijn vrouw. We zijn samen volwassen geworden, we waren zo verbonden met elkaar. Wanneer je dan langzaam begint te beseffen dat je uit elkaar groeit, dan komt dat heel hard aan.”

Had je niets in de gaten toen je de muziek schreef?

“Onbewust wellicht wel, maar bewust was ik nog niet klaar om dat te aanvaarden. Ik dacht dat mijn gevoelens een inspiratiebron waren, maar ik ging er niet vanuit dat alles per se autobiografisch was. Blijkbaar wel dus: achteraf gezien vat deze plaat de break-up perfect samen. Het nummer ‘Whenever We Meet Again’ gaat bijvoorbeeld over een situatie die zich pas een half jaar later voltrokken heeft. En toch heb ik mijn gevoelens op dat moment perfect in dat nummer kunnen stoppen. Alle nummers zijn er ook heel gemakkelijk uit gevloeid: alsof mijn onderbewustzijn perfect wist wat ik rationeel pas een half jaar later kon aanvaarden. Het is jammer dat we in onze cultuur zoveel belang hechten aan de ratio en weinig luisteren naar onze emoties. Veel fysieke klachten worden bijvoorbeeld veroorzaakt door je emoties. Een pilletje halen bij de dokter brengt in zo’n geval geen heil, ook al is dat wel wat ons verteld wordt. In mijn ogen is het ook veel logischer dat je een week mag thuisblijven voor een relatiebreuk dan voor de griep. Een relatiebreuk is namelijk duizend keer erger.”

Op deze plaat ben je eerlijker dan ooit. Ga je het niet moeilijk vinden om de nummers live te brengen?

“Nee, omdat ik denk dat ik er wel in geslaagd ben om mijn eigen miserie op een universele manier te vertalen. Ik wéét gewoon dat de mensen in mijn publiek hetzelfde hebben meegemaakt en zich in de teksten zullen kunnen herkennen. Dat schept een band. En ik hou ook wel van het idee dat ik me menselijk opstel op het podium. We zijn allemaal maar mensen die wat prutsen in het leven. Soms doen we iets moois, maar even vaak verkloten we de boel. En het is mooi dat dat gewoon kan. Falen en mislukken is oké: we zijn allemaal gewoon een bende knoeiers. Niets is perfect en niets hoeft perfect te zijn.”

Mare Hotterbeekx

‘Silent Days’ is uit bij Unday Records. Op 12/10 speelt The Bony Kingof Nowhere in de Botanique.