Commissie zal niet in weg staan van “ordelijke” brexit, verzekert Juncker

Ruim zes maanden voor het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie heeft Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker gehamerd op het belang van een “ordelijke” boedelscheiding, die burgers en bedrijven stabiliteit verzekert. “Het zal niet de Commissie zijn die dit in de weg zal staan”, verzekerde hij vandaag in zijn State of the Union in Straatsburg. De jaarlijkse speech van de Commissievoorzitter over de stand van zaken in de Europese Unie was niet enkel de laatste van Juncker, maar ook de laatste met Groot-Brittannië als één van de 28 lidstaten. Op 29 maart volgend jaar trekken de Britten de deur achter zich dicht en in de komende zes tot acht weken zou een akkoord over de boedelscheiding bereikt moeten worden.

“De onderhandelaars van de Commissie willen dag en nacht werken om een akkoord te bereiken. We zijn het aan onze burgers en bedrijven verschuldigd dat het Britse vertrek geordend verloopt en dat er nadien stabiliteit is. Het zal niet de Commissie zijn die dit in de weg zal staan”, zo blikte hij vooruit op de cruciale fase in de onderhandelingen met Londen.



Juncker, die het Europees Parlement enkel in zijn passage over de brexit nog in het Engels toesprak, herinnerde de Britten wel aan een fundamenteel principe. Een land dat de Europese Unie verlaat, heeft niet meer “dezelfde bevoorrechte positie” als een lidstaat en maakt geen deel meer uit van de Europese eenheidsmarkt, “en al zeker niet enkel van de delen die je zelf verkiest.”

Ook herinnerde Juncker Londen aan de Europese solidariteit met Ierland, dat door de brexit geconfronteerd wordt met het risico dat er opnieuw een harde grens ontstaat met Noord-Ierland. De Luxemburger waarschuwde de Britten om niet te vluchten voor hun verantwoordelijkheid voor de Goede Vrijdagakkoorden. “Het is niet de Europese Unie, maar brexit dat de grens in Noord-Ierland meer zichtbaar riskeert te maken.”

Juncker verzekerde tenslotte wel dat Groot-Brittannië nooit een gewoon derde land kan zijn voor de Europese Unie, maar een belangrijke vrijhandelspartner zal blijven waarmee de Europeanen ook op politiek en veiligheidsvlak nauw willen blijven samenwerken.

bron: Belga