Evangeline Lilly: “Ik ben dol op insecten”

Ik ben dol op insecten
Foto Marvel Studios

We hebben er twintig films op moeten wachten, maar eindelijk zet Marvel ook eens een vrouwelijke superheld in de titel. In ‘Ant-Man and The Wasp’ wordt de Wesp gespeeld door Evangeline Lilly, al haar hele carrière gespecialiseerd in taaie dames. De Canadese actrice veroverde de wereld als Kate in de serie ‘Lost’ en daarna werd ze de woudelf Tauriel in de ‘Hobbit’-trilogie. Nu ze in ‘Ant-Man and The Wasp’ haar rol als Hope Pym weer opneemt, mag ze bovendien een heus superheldenkostuum aantrekken. Maar eerst moet me iets van het hart.

Een van de ‘superkrachten’ van Ant-Man is dat hij controle heeft over mieren. Ik was een beetje ontgoocheld toen ik merkte dat jouw personage, The Wasp, niet dezelfde macht heeft over wespen. Want daar zou ze pas echt iets mee kunnen aanvangen.

Evangeline Lilly: “Weet je dat niemand daar al aan gedacht heeft? Ik ook niet! Ik beloof je dat ik het zal voorstellen aan Peyton, onze regisseur. En aan Kevin Feige, de grote baas van Marvel. Ik vind het een briljant idee. Dat zou zo cool zijn! Daar moet je auteursrechten voor krijgen of zo.” (lacht)

Ik hou je aan je woord. Voel je je eigenlijk op je gemak met insecten? Of moet je ervan huiveren, zoals zoveel mensen?



“Ik ben dol op insecten. Dat is altijd zo geweest. Ik ben opgegroeid in Fort Saskatchewan, wat zo’n beetje het Texas van Canada is, en ’s zomers zitten daar enorme harige zwarte rupsen in de bomen. En dan deed ik niets liever dan er een hoop verzamelen, die overal op mijn lijf zetten en dan de meisjes in de buurt schrik aanjagen. ‘Ik ben het Rupsmonster!’ Ik was een raar kind. (lacht) Ik vind het ook heel erg als mijn kinderen een insect doden thuis. Als ik merk dat ze het van plan zijn, grijp ik in en zet het beestje buiten.”

Spinnen, muggen, vliegen, allemaal geen probleem?

“Ik geef toe dat ik muggen wel doodmep. Maar die zijn ook heel irritant. Ze vragen erom. Bananenspinnen durf ik ook wel doodmaken. Die beesten zijn gigantisch en je vindt er veel in Hawaii, waar ik woon. Op zich zijn ze ongevaarlijk, maar als ik er zo eentje in huis vind, dood ik die ook omdat ik geen nest bij mij thuis wil.”

In tegenstelling tot Ant-Man kan The Wasp vliegen. Zie jij nog andere grote verschillen tussen beide superhelden?

“Hun persoonlijkheid. Mijn personage is veeleisend, efficiënt, vastberaden, gefocust en ernstig. Ant-Man is veel emotioneler, spontaner, flexibel en warmhartig. Eigenlijk zijn ze elkaars tegenovergestelde qua karakter.”

Het valt me op dat al de kenmerken die je opsomt voor Ant-Man uitgesproken vrouwelijk zijn.

“En de karaktertrekken van The Wasp zijn uitgesproken mannelijk. Ik weet het. Maar dat is in het echte leven ook het verschil tussen mezelf en Paul Rudd, die Ant-Man speelt. (lacht) Ik heb er al veel over nagedacht, want ik merk dat de personages die ik interessant vind vaak heel mannelijke trekken hebben. Ik heb me eerder dit jaar voorgenomen om uit te vissen waarom dat is. De affaire rond Harvey Weinstein zit er voor veel tussen. Die zaak heeft me ertoe aangezet om mijn houding tegenover feminisme en seksisme te onderzoeken. En ik ben tot de pijnlijke conclusie gekomen dat ik zelf een grote seksist ben.”

Op welke manier?

“Ik heb mezelf compleet ondergeschikt gemaakt aan de traditionele manier waarop mannen omgaan met vrouwen. Ik was ervan overtuigd dat het de enige manier was om als vrouw respect af te dwingen bij de mensen die de touwtjes in handen hebben. Ik moest leren om me te gedragen als een vent. Ik moest geloven dat de dingen die mannen sterk en belangrijk vinden ook echt sterk en belangrijk zijn, terwijl de dingen die vrouwen sterk en belangrijk vinden in werkelijkheid zwak en dwaas zijn. Nu wil ik die manier van denken weer omkeren, en dat is alles behalve gemakkelijk. Wat geloof ik echt? Wie ben ik? Het zijn lastige vragen.”

Je verhaal over de harige wormen lijkt erop te wijzen dat je alvast geen traditioneel meisje bent.

“Nochtans was ik als kind extreem vrouwelijk, tot in het absurde. Ik had geen enkel jongensachtig bot in mijn lijf. Ik was heel stil en teruggetrokken en onderdanig, al doet dat rupsverhaal het tegenovergestelde vermoeden. (lacht) Ik heb twee zussen en ik was met voorsprong de meest meisjesachtige. Ik hield van roze en kant en eenhoorns en elfjes. Maar rond mijn twaalfde ben ik plots in een halve jongen veranderd. Ik was een slim meisje en ik zag dat mensen met vrouwelijke trekjes vaak het slachtoffer werden van geweld en pijn en spot. Als je macht en respect wou, moest je mannelijk zijn. Ik heb toen beslist om daaraan te werken. Ik herinner me nog levendig dat ik als tiener populaire mensen observeerde, hun gedrag analyseerde en dat dan probeerde toe te passen op mezelf.”

Je schrijft kinderboeken. Geef je die boodschap ergens mee aan je lezers, dat ze zichzelf moeten aanvaarden zoals ze zijn?

“Niet noodzakelijk bewust. Vaak merk ik pas achteraf dat de verhalen die ik vertel veel persoonlijker zijn dan ik oorspronkelijk dacht. Het terugkerend thema in ‘The Squickerwonkers’, mijn boekenreeks, is wel dat je trauma’s blijft herhalen en herbeleven tot je er een punt van maakt om ze in de ogen te kijken. Pas dan kun je jezelf bevrijden. Voor kinderen is dat een complex onderwerp maar ik vind het belangrijk dat ze begrijpen dat ze geen kantjes van zichzelf moeten wegproppen omdat ze volgens anderen niet oké zijn. Integendeel, we hebben allemaal onze eigen ongewone kantjes.”