Warwick Thornton: “Ik houd van films die me nieuwsgierig maken”

Foto Wanda Vision

Met zijn lang haar, sik en cowboyhemd lijkt Warwick Thornton zelf recht uit een western weggelopen. De Australische Aboriginal regisseur kaapte vorig jaar met ‘Sweet Country’ de Speciale Juryprijs weg op het filmfestival van Venetië. Een film gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een Aboriginal die in de jaren 20 beschuldigd werd van de moord op een blanke soldaat. Op het menu: prachtige, wilde landschappen… en een stukje gitzwarte geschiedenis.

Waarom wou je dit verhaal als een western vertellen?

Warwick Thornton: «Eerst en vooral omdat het een periodefilm is. Het verhaal speelt zich af in de jaren 20. Ik ben opgegroeid in Alice Springs, de stad uit de film. Dus ik ken die landschappen als mijn broekzak. Alles is eigenlijk vanzelf tot stand gekomen. Het scenario legde zijn wil op, alsof het zei: ‘Ik ben een western en je moet leren hoe je een western maakt.’ Dus ik heb geluisterd.» (lacht)

Maar het is niet echt een klassieke western geworden…

«Het is een beetje zoals een film van John Wayne, maar dan door de ogen van de indianen. De film gaat ook over blanke kolonisten, maar dan vanuit het oogpunt van de inheemse gemeenschap die letterlijk met uitsterven bedreigd wordt. Maar dat beseffen die kolonisten natuurlijk niet. Zij geloven in wat ze doen. Racisme was in die tijd vanzelfsprekend. Die mensen vonden niet dat ze iets verkeerd deden.»

Foto Wanda Vision

De film gaat ook over het feit dat er nooit echt verzoening is geweest met dit koloniale verleden.

«In Australië komt er langzaam maar zeker een dialoog op gang over die verschrikkelijke dingen uit het verleden. Het is niet alsof er ooit een verdrag getekend is of zo. Ze hebben gewoon het land gezien en het gepikt. Punt. Dat is kolonisatie. Het is overal zo gebeurd. De Engelsen in India, de Spanjaarden in Zuid-Amerika, de Fransen en Belgen in Afrika… Het maakt deel uit van onze geschiedenis. Tot op de dag van vandaag zelfs. Behalve dan de Britten, die willen nu gewoon met rust gelaten worden en gaan in Brexit-modus (lacht). Al is dat ook een vorm van nationalisme: We bouwen een muur rond ons zodat niemand nog binnen kan…»

Welke plaats heeft geloof in kolonisatie?

«Ik heb een goede relatie met alle godsdiensten. Elke religie die staat voor menselijkheid en empathie, elke vorm van ‘Je zal niet doden’, is okévoor mij. Maar godsdienst heeft ook hele inheemse beschavingen van soms duizenden jaren oud vernietigd. Het is een vorm van genocide en maakt een belangrijk deel uit van mijn inheemse identiteit en de geschiedenis van mijn volk. Niet dat ik wrok koester tegen het christendom of zo, maar het is belangrijk dat die verschrikkelijke misdaden erkend worden.»

In tegenstelling tot de blanke acteurs (Sam Neill, Bryan Brown) mochten hun inheemse collega’s niet naar Venetië komen omwille van administratieve redenen. Ze hebben geen geboorteakte en kunnen dus geen paspoort krijgen. Ze zijn automatisch uitgesloten van ons ‘systeem’…

«Dat is heel jammer. Maar dat komt ook omdat ze erg moeilijk te lokaliseren zijn. Ze leven in het midden van de woestijn. Je moet vaak vijf uur rijden om hen te vinden, en wanneer je aankomt zijn ze er niet. Iemand zegt je dan: “Ik denk dat ze daar zijn”, en je bent weer vier uur op weg.» (lacht)

Het einde van de film is interessant, want het zaait twijfel.

«Ja. Voor mij als kijker is een van de belangrijkste dingen in de cinema dat een film me doet nadenken en me nieuwsgierig maakt. Ik denk graag nog lang aan een film nadat ik uit de zaal ben. Ik hou niet van voorspelbare eindes. Popcorn-colafilms zijn niet mijn ding.»

Elli Mastorou