Rockefeller-veiling klokt af op 700 miljoen euro

Rockefeller-veiling klokt af op 700 miljoen euro

De driedaagse veiling deze week bij Christie’s New York van de kunstverzameling van wijlen de miljardair David Rockefeller en diens echtgenote Peggy heeft de stoutste verwachtingen overtroffen. Met een opbrengst van net geen 700 miljoen euro (830 miljoen dollar) gaat de veiling de geschiedenis in als de duurste ooit van een private collectie; het vorige record stond op naam van modeontwerper Yves Saint Laurent, wiens collectie in 2009 in Parijs “amper” 373 miljoen euro opleverde. Afgesloten werd de veilingreeks in de nachtelijke uurtjes. Zelfs enkele van de grote bieders waren op dat moment volkomen uitgeput. De Rockefeller-verzameling omvatte meer dan 1.500 kunstobjecten, waaronder schilderijen uit de 19e en 20e eeuw, antieke meubels, porselein, sculpturen en decorstukken. Rockefeller, de laatste kleinzoon van de in 1937 gestorven, legendarische oliebaron John D. Rockefeller, overleed vorig jaar op 101-jarige leeftijd, 21 jaar na zijn echtgenote. De in miljarden dollars zwemmende bankier en zijn vrouw spendeerden bij leven en welzijn honderden miljoenen dollars aan doelen als kunst, de medische wetenschap en onderwijs. In zijn testament had de miljardair gestipuleerd dat de opbrengst van zijn verzameling naar die goede doelen moet, tot vreugde van onder andere het New Yorkse kunstmuseum MoMa, de universiteit van Harvard en de Rockefeller University.

Tot de schilderwerken die onder de veilinghamer gingen, behoorden werken van ronkende namen als Claude Monet, Joan Miro, Paul Gaugin, Diego Rivera, Willem de Kooning, Henri Matisse en Edward Hopper. Blikvanger was echter Pablo Picasso, van wie een vroeg werk, “La fillette à la corbeille fleurie” (Meisje met bloemenmand), voor 115 miljoen dollar van de hand ging. Ook de impressionist Claude Monet en de fauvist Henri Matisse lieten een record achter hun naam noteren, respectievelijk 84,6 miljoen dollar voor “Nymphéas en fleurs” (geschilderd in Giverny tussen 1914 en 1917) en 80,7 miljoen dollar voor “Odalisque couchée aux magnolias” (Buikdanseres gezeten tussen magnolia’s) uit 1923.



Maar behalve “grote kunst” werden ook meer alledaagse (voor miljardairs) voorwerpen te koop aangeboden: gouden manchetknopen, Japanse bloemenvazen, Perzische tapijten, kroonluchters, Afrikaanse maskers, Chinese kommetjes, koperen vaatwerk uit Egypte en zelfs soepborden. Maar ook voor die meer alledaagse voorwerpen werd flink geboden. Of wat te denken voor een schotel met drakenmotief uit de Ming-periode, die werd afgeklopt op 2,3 miljoen dollar (1,9 miljoen euro). Een porseleinenservies leverde 1,8 miljoen dollar op, vooral te danken aan de vorige eigenaar – het servies uit 1809 behoorde tot het keukengerei van keizer Napoleon Bonaparte, die het zelfs meenam naar zijn eerste ballingsoord Elba. Voor een andere koper bleek gewoon al de naam Rockefeller voldoende om 300.000 dollar te bieden voor een paar visvormige soepborden uit beschilderd porselein. Nu komt een servies altijd handig van pas, maar wat wil de nieuwe eigenaar van een paardenkoets uit de 19e eeuw met dat voertuig doen nu hij/zij er 225.000 dollar voor opgehoest heeft? Het zal Christie’s worst wezen. Het veilinghuis heeft de naam Rockefeller tot de laatste dollarcent uitgeperst.

bron: Belga