Grote hoeveelheid secundair fijn stof in de lucht veroorzaakt “lentesmog”

De fijnstofconcentraties in België en de omliggende landen zijn momenteel relatief hoog. De oorzaak is de vorming van secundair anorganisch fijn stof. Dat is fijn stof dat gevormd wordt door de reactie tussen stikstofoxides uit het verkeer en ammoniak uit de landbouw. Primair fijn stof wordt rechtstreeks uitgestoten, bijvoorbeeld door dieselwagens, terwijl secundair fijn stof gevormd wordt na reacties in de atmosfeer, legt Frans Fierens van de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (Ircel) uit. In dit geval wordt ammuniumnitraat gevormd na een reactie tussen stikstofoxides en ammoniak. “In deze periode van het jaar worden nogal wat velden bemest. Daardoor is er in vergelijking met andere periodes meer ammoniak in de lucht”, zegt Fierens. “Dat fenomeen keert jaarlijks terug in het voorjaar. We hebben zomersmog, wintersmog en dit noemen we lentesmog. Dat doet zich vooral voor wanneer het overdag relatief warm en zonnig is, wat de voorbije dagen het geval was. We verwachten dat de concentraties in de loop van de avond en morgen aanzienlijk zullen afnemen.”

“Over het algemeen wordt aangenomen dat secundair fijn stof minder schadelijk is dan verbrandingsgerelateerd fijn stof, maar je kan niet zeggen dat het onschadelijk is”, aldus Fierens. “De enige oplossing om het probleem aan te pakken, is de hoeveelheid stifstofoxides, zwaveldioxide en ammoniak in de lucht reduceren, niet alleen vandaag maar duurzaam. Ammoniak is voor 90 procent afkomstig van de landbouw. Mogelijke opties om de hoeveelheid ammoniak terug te dringen, zijn emissiearme stallen, maatregelen om de emissies bij het uitrijden van mest nog verder in te perken of een vermindering van de veestapel.”

bron: Belga