Dossier: Allergieën, de kwaal van de eeuw?

allergie cijfers

Dag 3: De week van de allergie

De cijfers zijn onrustwekkend. Bijna één op drie mensen op de wereld heeft een allergie. Het aantal allergische personen is sterk gestegen sinds de jaren 80, en dan vooral in geïndustrialiseerde landen. De laatste 30 jaar zou het percentage zelfs verdrievoudigd zijn.

Volgens een studie uit 2003 is de allergie voor berkenpollen de laatste 20 jaar verdrievoudigd. Vier jaar later onthulde een ander onderzoek dat in Europa tot 40% van de bevolking met een luchtwegallergie allergisch is aan pollen.

De situatie in België



In 2010 onderzocht Philippe Gevaert, allergie-expert aan de Universiteit Gent, een groep van 2.320 mensen. Hij kwam tot het besluit dat bijna één Belg op drie (29,8%) allergische reacties vertoont op graspollen, mijten en huisstof. Hij stelde ook vast dat mensen tussen 20 en 40 jaar het vaakst getroffen worden. De wetenschapper trok toen al aan de alarmbel: “Wanneer die mensen ouder worden, zal het allergiepercentage alleen maar stijgen. We gaan in de richting van 45,5% van de bevolking.”

In België is de Gezondheidsenquête de enige bron van representatieve cijfers voor het aantal mensen met een allergie. Dit zijn zelfgerapporteerde gegevens. De deelnemers wordt gevraagd of zij in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête een allergie, rinitis, oog- of huidontsteking, voedselallergie of enige andere aandoening (behalve allergische astma) hebben gehad. Volgens de laatste enquête uit 2013 heeft 14,2% van de Belgen ouder dan 15 jaar een allergie. Na de enquête van 1997 waren er dat 12,7%. Ook al zijn die cijfers niet representatief voor het exacte aantal allergielijders in België, de stijging tussen 1997 en 2013 is wel opmerkelijk.

Bekijken we de cijfers in detail, dan zien we dat de allergieprevalentie vooral steeg in de leeftijdscategorie 45-74 jaar. In deze groep neemt het aantal personen met een allergie continu toe: van 9,4% in 1997 naar 10,6% in 2001, 11,4% in 2004, 11,3% in 2008 en 12,7% in 2013. Dat is een stijging van meer dan een derde tussen 1997 en 2013.

Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) heeft ook interessante informatie over allergieën in België. Uit cijfers van het instituut blijkt dat het gebruik van medicijnen tegen allergieën de laatste jaren met maar liefst 70% toegenomen is. Een verklaring? De toename van het aantal allergielijders kan te maken hebben met omgevingsfactoren zoals vervuiling, infecties of een slechte voeding. Maar vervuiling is niet de grootste boosdoener. Onze levensstijl wel.

Wat zijn de symptomen?

Er bestaan allergieën met snelle en met trage reacties. In het eerste geval duiken de symptomen aan vooral luchtwegen en ogen al enkele minuten tot twee uur na de blootstelling op: niezen, hoesten, verstopte neus, loopneus, verstopte sinussen, verlies van geur en smaak, tintelingen, jeuk, rode en tranende ogen. Soms kunnen de symptomen ook jeuk veroorzaken in de achterkant van de mond en in de keel. De intensiteit hangt af van persoon tot persoon en van de blootstelling, zoals de hoeveelheid pollen in de lucht bijvoorbeeld. In het geval van allergieën met late reacties kunnen de symptomen pas na enkele uren tot zelfs meerdere dagen verschijnen.