“Onze routinecontroles zijn onvoldoende om ernstige fraude op te sporen” (FAVV)

FAVV-topman Herman Diricks geeft in een interview met De Standaard toe dat de routinecontroles van het Voedselagentschap onvoldoende zijn om ernstige fraude op te sporen. “Daarvoor heb een gerechtelijk onderzoek en bijzondere opsporingstechnieken nodig, dus de steun van het parket”, aldus Diricks. Hij zegt ook te weten dat communicatie een werkpunt is, “zowel voor de organisatie als voor mij persoonlijk”. Over de hele werking van het agenschap zegt Dirickx dat het FAVV beseft “dat we continu naar verbetering moeten streven”. Diricks ligt al voor de tweede keer in zeven maanden tijd onder vuur. Ook bij de fipronilcrisis, in het najaar van vorig jaar, kreeg het Voedselagentschap te horen dat de communicatie warrig was en dat er te weinig doortastend werd opgetreden.
Volgens Diricks gingen de alarmbellen bij het FAVV wel degelijk af na de melding uit Kosovo, over vlees van Veviba. “We hebben iemand naar Kosovo gestuurd, zelf een proces-verbaal geschreven en dat snel overgemaakt aan het parket”, aldus de FAVV-topman. “Bij zulke economische fraude is het gerecht veel beter geplaatst om het onderzoek te voeren dan wij. Bij onze routinecontroles is slechts één inspecteur ter plaatse. Wat die op één dag in een bedrijf onderzoekt, is – ondanks de grote inzet en engagement – niet te vergelijken met de huiszoeking bij Veviba twee weken geleden. Daarbij waren vijftig mensen aanwezig in het bedrijf. Een fraudeur zal er ook alles aan doen om de fraude te verdoezelen.”

bron: Belga