Ruim 20 procent minder zwerfvuil langs Vlaamse gewest- en autosnelwegen in 2017

Er is in 2017 2.358 ton zwerfvuil opgeruimd langs de Vlaamse gewest- en autosnelwegen. Dat is ruim 20 procent minder dan in 2016. Het gaat om de vierde daling op rij. Op vijf jaar tijd is de berg zwerfvuil langs de Vlaamse gewest- en autosnelwegen gekrompen met 34 procent van 3.572 ton naar 2.358 ton. Dat blijkt uit cijfers die sp.a-parlementslid Joris Vandenbroucke heeft opgevraagd bij minister Ben Weyts (N-VA). Het Vlaams gewest beheert ongeveer 7.000 kilometer gewest- en autosnelwegen. Omgerekend is er 2017 dus 337 kilogram zwerfvuil per kilometer opgehaald. De kostprijs voor het opruimen van al dat zwerfvuil bedroeg 5,2 miljoen euro ofwel 2.202 euro per ton.
Joris Vandenbroucke: “Ik hoop dat de daling van de hoeveelheid opgehaald zwerfvuil aangeeft dat steeds minder mensen hun afval dumpen langs de weg. Maar 2.358 ton blijft een gigantische afvalberg. Zwerfvuil verpest de openbare ruimte en is schadelijk voor het milieu. Het kost ook handenvol belastinggeld om dat allemaal op te ruimen”.
Volgens de sp.a-fractieleider zijn sensibilisering en een harde aanpak van sluikstorters noodzakelijk, maar is er meer nodig. “Ik pleit ervoor statiegeld in te voeren op blikjes en plastic drankflessen. Uit onderzoek van OVAM blijkt immers dat een derde van het zwerfvuil uit blikjes en plastic flesjes bestaat. Zet daar statiegeld op en heel wat mensen zullen wel twee keer nadenken alvorens ‘geld’ weg te gooien. Hierdoor kunnen we de afvalberg langs onze wegen echt laten krimpen en besparen we miljoenen euro’s die we nu uitgeven aan het opruimen van zwerfvuil”, aldus Vandenbroucke.
Intussen hebben al 88 Vlaamse gemeenten zich aangesloten bij de Statiegeldalliantie, het samenwerkingsverband dat de Vlaamse (en Nederlandse) regering wil aansporen om statiegeld in te voeren op plastic drankflessen en blikjes. Volgens een enquête van Test-Aankoop is ruim tweederde van de consumenten daar ook voorstander van. “Waar wacht minister Schauvliege op om hier werk van te maken? “, vraagt Vandenbroucke zich af.

bron: Belga