Berggorilla’s, een actieve vulkaan en een ongerepte jungle: een blik op de mooiste plekjes in Congo

Dat Afrika als vakantiebestemming heel wat te bieden heeft, is een understatement. Je valt er vanzelf van de ene verbazing in de andere en passeert onderweg natuurpracht waarvan je het bestaan nauwelijks had kunnen vermoeden. In deze tweedelige reisreportage ontdek je de mooiste plekken in Congo en Kenia. Vandaag deel één: Congo, een verborgen parel.

Wie denkt aan Congo, denkt vooral aan het duistere koloniale verleden, de politieke instabiliteit en de schrijnende armoede. Toch heeft het land zich de afgelopen jaren ontpopt tot een uitstekende vakantiebestemming. De grootste troef is zonder twijfel het immense Virunga-park, een echte speeltuin voor avonturiers. Ik kampeer er vijf dagen in alle rust, stilte en – jawel – luxe. Op de agenda? Een bezoekje aan de laatste levende berggorilla’s in het wild en een tweedaagse beklimming van de spectaculaire Nyiragongo-vulkaan.

Voor dag en dauw

Wie vakantie associeert met urenlang luieren, moet niet in Congo zijn. Daar leef je op het ritme van de natuur, of in mijn geval: op pure adrenaline. Ik mag dan niet het type persoon zijn dat om half zeven ’s ochtends fluitend uit bed springt, voor een jungletocht met als hoogtepunt een gorilla-ontmoeting verlaat ik mijn warm nest met veel plezier.

“Achteruit. Ik denk dat hij wil spelen.” Onze ranger en gids Julian waarschuwt ons voor een enthousiaste gorilla-puber die onze richting uitkomt. Ik sta zo ongeveer midden in de jungle, op nog geen drie meter van de tienkoppige gorillafamilie die we na een amper een uurtje hiken gevonden hebben. De imposante mannetjes, de zogenaamde zilverruggen, zijn niet alleen indrukwekkend vanwege hun grootte. Hun blik en manier van bewegen vertoont treffende gelijkenissen met de mens. “Zo hadden wij er ook kunnen uitzien”, bedenk ik terwijl ik me verbaas over de soepelheid en de snelheid waarmee de dieren moeiteloos door het dichte bamboebos manoeuvreren. De gorilla’s komen dicht, heel erg dicht. Ik ben dan ook zeer dankbaar dat we in het gezelschap zijn van vier gewapende rangers, die razendsnel voor ons komen springen zodra een van de dieren speels provoceert.

Delicatessen uit de tuin

Na amper een uurtje is het alweer tijd om terug te keren naar onze lodge. Die ligt weliswaar midden in het park, maar toch moeten we nog minstens anderhalf uur over de hobbelige landweggetjes knarren. Lichtjes geradbraakt zet ik me aan tafel, waar me een overheerlijke, maar verdacht westerse lunch voorgeschoteld wordt. “De menukaart is afgestemd op de nationaliteit van onze gasten”, verklaart de kok. Eén ding staat vast: dat driegangenmenu met verse groenten uit de moestuin speel ik met smaak naar binnen. Slapen doe ik de twee volgende nachten in een soort van luxueuze safaritent. Luxueus, want de ruimte is groter dan de gemiddelde hotelkamer en je beschikt over een douche met warm water en een volwaardig toilet. Als kers op de taart is er het fantastische uitzicht over het park én het gebrek aan wifi, waardoor je echt even helemaal van de wereld bent.

Lava spuwen

Met lichte spijt in het hart vertrek ik naar de volgende halte: de Nyiragongo-vulkaan. Met z’n 3.470 meter hoogte is het een stevige klim, die we in groep in zo’n viertal uur volbrengen. Driekwart van de route is verbazend gemakkelijk.

Maar hoogmoed komt voor de val, zo blijkt al snel. De harde rotsen van het laatste stuk zijn behoorlijk steil, waardoor ik pardoes op mijn bek ga. Net wanneer ik als een driejarige kleuter mijn wandelstok boos wil neergooien, krijg ik de top van de berg in het vizier. Nog eens vijf minuten later staan we met een kop thee in de hand te genieten van het uitzicht op een van de grootste actieve lavameren ter wereld. Rechts van het meer is bovendien een kleine soort minivulkaan ontstaan, die ijverig klodders lava als miniraketten de lucht in stuurt. Dit is beter dan eender welke Netflix-serie. Ik begin ei zo na in God te geloven.

We brengen de nacht door op de top van de vulkaan, om de volgende dag in een kleine drietal uur af te dalen. Normaal gesproken is de afdaling het gemakkelijke deel van de route, maar het omgekeerde is waar. Omdat een groot deel van de weg uit verharde lava bestaat, is de kans reëel dat je minstens één keer onderuit gaat op de terugweg. Met die blauwe plekken kan je thuis dan weer pronken. Want wat is een geslaagde reis zonder bijzondere souvenirs?

Praktisch:

  • Wie ervan droomt om gorilla’s te gaan bekijken doet dat best in Congo. De jungle is daar dichter begroeid dan in Uganda of Rwanda, waardoor je dichter bij de gorilla’s kan komen. Daar komt nog bij dat Congo het goedkoopste land is om de gorilla’s in levende lijve te zien. Je betaalt er 325 euro voor één gorilla permit. Ter vergelijking: in Rwanda betaal je al snel 1.200 euro. Bovendien garandeert het Virunga-park dat je de gorilla’s van zeer dichtbij te zien krijgt.
  • Wij hebben deze reis georganiseerd via het reisbureau Atelier Africa. Het is zeker mogelijk om dit op eigen houtje te ondernemen, maar weet dat je dan niet per se goedkoper uitkomt. De afstanden ter plekke zijn groot, lokale bussen eerder schaars. Bovendien betaal je al snel zo’n 50 euro transactiekosten per overschrijving naar Congo. Wie zijn hotel, chauffeur en permit afzonderlijk boekt, betaalt dus al snel een behoorlijke meerkost.
    atelier-africa.com
  • We hebben overnacht in het Kibumba-kamp, dit is het grootste en goedkoopste tentenkamp in het park. Je slaapt er in tenten, maar er is wel een restaurant en een binnenplaats met een haardvuur waar iedereen zich ’s avonds rond verzamelt. De andere kampen in het park zijn luxueuzer en hebben wifi, maar die kijken niet uit op de vulkaan.
  • Een weekje avontuur in het Virunga-park kan vanaf 2.300 euro.
    Meer info over het park en de verschillende overnachtingsopties vind je via congo-safari.comTekst en foto’s Mare Hotterbeekx