MOVIES. De zeven mooiste rollen van Harry Dean Stanton

Op 15 september vorig jaar ontviel ons een van de grootste Amerikaanse karakterspelers van de voorbije halve eeuw. Harry Dean Stanton was immers geen gewone acteur. De regisseur die hem aan boord haalde, wist dat hij meteen ook een flinke portie levenservaring, geloofwaardigheid en pure emotie in zijn film pompte. Stanton debuteerde al midden jaren 50 en in zijn lange carrière stelde hij nooit teleur. Dat maakt een selectie van zijn 7 mooiste rollen — naast zijn uitmuntende werk in de nieuwe film ‘Lucky’ (zie recensie) — uiteraard niet eenvoudiger. Toch een poging.

Cool Hand Luke (1967)

In zijn ziel was Harry Dean Stanton evenzeer zanger als acteur, en dat liet hij graag blijken. «Ik moest op een bepaald moment beslissen welke carrière ik wou,» zei hij ooit. «Ik heb voor acteur gekozen omdat ik ervan uitging dat ik dan beide zou kunnen doen.» In ‘Cool Hand Luke’, de eerste film waarin Stanton zich echt liet opmerken, is het al zover. Hij komt in het klassieke gevangenisdrama met Paul Newman nauwelijks in beeld — hij speelt de medegedetineerde met de gitaar — maar hij is wel voortdurend te horen op de soundtrack. Met zijn pakkende tenorstem geeft hij de film een droefenis mee die hij anders nooit zou hebben

Alien (1979)

Stanton was door en door ‘blue collar’, zoon van een tabaksboer en een kokkin uit Kentucky. Die ‘geen bullshit’-attitude straalde hij ook uit op het scherm. In Ridley Scotts wurgende SF-pareltje ‘Alien’ is hij dan ook een van de mechanici die ervoor moeten zorgen dat het ruimteschip Nostromo blijft functioneren. Hij loopt niet hoog op met de officieren en klaagt graag — met een knipoog — over lonen en premies. Veel dialogen heeft Stanton niet, maar de weinige woorden volstaan om een afgerond en innemend personage te bouwen. Als ‘Alien’ uiteindelijk zo’n intense en huiveringwekkende monsterjacht wordt, heeft dat zeker ook alles te maken met de menselijkheid die Stanton en zijn medespelers uitstralen.

Paris, Texas (1984)

Harry Dean Stanton heeft weinig echte hoofdrollen op zijn cv gezet maar de allereerste was wel meteen een klassieker. De acteur was op dat moment al 58 (en 30 jaar bezig), en die levenservaring zit in elke porie van Wim Wenders’ film. Stanton speelt Travis, een mysterieuze man die doelloos door de woestijn zwerft. De film is al een half uur bezig als hij voor het eerst iets zegt. Uiteindelijk brengt zijn broer hem terug naar zijn vrouw en zoontje, die hij al vier jaar niet meer heeft gezien. We komen langzaam te weten wat er destijds is gebeurd maar eigenlijk vertellen Stantons trieste ogen voortdurend al het hele verhaal. «Ik had er perfect mee kunnen leven als dit mijn laatste film was geweest,» zei hij achteraf tevreden.

Repo Man (1984)

Stanton was niet alleen een begenadigde dramatische acteur, hij bezat ook een uitstekende komische timing. Als een regisseur hem de kans gaf om uit de bol te gaan, liet hij die niet liggen. In het futuristische ‘Repo Man’ speelt hij bijvoorbeeld Otto, een agent die auto’s in beslag neemt en het jonge hoofdpersonage de kneepjes van het vak leert. Oorspronkelijk was de rol bedoeld voor Dennis Hopper, en je kunt je perfect inbeelden wat voor figuur die ervan had gemaakt. In de handen van Stanton verandert Otto echter in een man die niet alleen geflipte dingen zegt en doet maar die ook een verrassend tragisch kantje heeft.

Pretty in Pink (1986)

De Amerikaanse regisseur John Hughes werd wereldberoemd met zijn tragikomische verhalen over de levens- en liefdesproblemen van tieners (‘The Breakfast Club’, ‘Sixteen Candles’). In ‘Pretty in Pink’ gaat het bijvoorbeeld over een meisje, Samantha, dat niet kan kiezen tussen een gevoelige jongen en een knappe rijke bink. Het echte hart van de film is echter te vinden bij Samantha’s vader Jack (Stanton), die vindt dat hij hopeloos tekortgeschoten heeft in zijn rol als volwassene. Hij wil zijn dochter alles geven en een sterke rots voor haar zijn, maar hij heeft alle moeite om overeind te blijven. En Stanton speelt die bijrol met zoveel hartverscheurende emotie dat je naar hem snakt telkens hij uit beeld verdwijnt

The Straight Story (1999)

Zeven keer sloegen Harry Dean Stanton en David Lynch de handen in elkaar, een paar keer voor televisie (waaronder de recente ‘Twin Peaks’-sequel) en vier keer op het witte doek. Lynch was altijd al een grote fan van de acteur, die hij roemde om zijn authenticiteit en warmhartigheid. Stanton was dan ook de perfecte keuze voor een cruciale rol in ‘The Straight Story’: de broer die het stokoude hoofdpersonage gaat opzoeken door heel Iowa te doorkruisen op een grasmaaitractor. Opnieuw krijgt Stanton maar een handvol minuten om zijn bijdrage te leveren, en opnieuw treft hij haarfijn zijn doel. Een verbluffend staaltje van geloofwaardig acteren. Fijn detail: Lynch speelt nu ook mee in Stantons nieuwe film ‘Lucky’

Big Love (2007-2009)

Stanton heeft zijn hele leven lang cinema en televisie afgewisseld. Een van zijn opvallendste tv-vertolkingen van de voorbije jaren was in ‘Big Love’, een HBO-serie over de wereld van mormonisme en polygamie. Stantons personage Roman Grant was de grote slechterik van het verhaal, de manipulatieve leider van een polygamische clan. Autoritair zonder zijn stem te verheffen, dreigend zonder agressief te worden, een perfecte mengeling van intelligentie en duisternis, dit was een Harry Dean Stanton die we in zijn lange loopbaan niet zo vaak hebben gezien. Maar hij was daarom niet minder overtuigend.

RECENSIEOVERZICHT
Lucky
DELEN