Proces Abdeslam: burgerlijke partijen eens over bevoegdheid correctionele rechtbank

Proces Abdeslam: burgerlijke partijen eens over bevoegdheid correctionele rechtbank

De verschillende burgerlijke partijen zijn het er over eens dat de correctionele rechtbank bevoegd is om te oordelen over de schietpartij die op 15 maart 2016 heeft plaatsgevonden in de Driesstraat in Vorst. Dat hebben ze aan het begin van de zitting duidelijk gemaakt. Ook zijn ze van mening dat er geen inbreuk is gepleegd op de taalwetgeving toen een Franstalige onderzoeksrechter werd aangeduid om die schietpartij te onderzoeken. Na het recente arrest van het Grondwettelijk Hof waarbij een deel van Potpourri-II-wetgeving vernietigd werd, en dan vooral het gedeelte over het verdwijnen van de assisenhoven, ontstond enige verwarring over de bevoegdheid van de correctionele rechtbanken om over de zwaarste misdrijven, moord en doodslag, te oordelen. Volgens de verschillende burgerlijke partijen is er echter geen twijfel over dat de rechtbank wel bevoegd is om over de schietpartij te oordelen, aangezien het om een moordpoging gaat.

“Die werden al een hele tijd gecorrectionaliseerd en die wetgeving is overeind gebleven”, klonk het. “Recente rechtsleer bevestigt dat ook. De enige discussie die overblijft, is die over de strafmaat.”

In zijn conclusies had meester Sven Mary, de advocaat van Salah Abdeslam, ook aangevoerd dat er een inbreuk op de taalwet was gepleegd toen de Nederlandstalige deken van de onderzoeksrechters een Franstalige onderzoeksrechter aanduidde om de schietpartij te onderzoeken.

“Dat is een maatregel van interne orde en geen rechtsprekende beslissing”, zei meester Bauwens, de advocaat van de leden van de speciale eenheden van de federale politie. “In dat geval is de taalwetgeving niet van toepassing.”

bron: Belga