“Patsers zijn rolmodellen voor jongeren in wijken zoals het Kiel”

Bilall Fallah over zijn derde langspeelfilm 'Patser'
Belga / D. Waem

‘The third film by Adil & Bilall’ verschijnt er in grote letters op het scherm aan het begin van de bruisende actiekomedie ‘Patser’. Het zegt alles over de hechte samenwerking tussen Adil El Arbi en Bilall Fallah.

Het duo is onafscheidelijk en alles wat ze al hebben gemaakt — zoals de films ‘Image’ en ‘Black’ — hebben ze samen gedaan. Het voelt dan ook een beetje vreemd om enkel met Bilall over ‘Patser’ te praten, maar het is wel een uitgelezen kans om de helft van het duo die geen ‘Slimste Mens’-roem verworven heeft eens aan het woord te laten.

Het woord ‘patser’ klinkt heel Hollands. Hoe zou je zo iemand omschrijven?



Bilall Fallah: “Het is van oorsprong een Hollands woord, maar intussen hoor je het ook in Antwerpen. Bart De Wever heeft het trouwens al gebruikt. Een patser is iemand die graag uitpakt en opvalt. Een dikke bak, blingbling, respect van de zware gasten. Zij zijn ook de rolmodellen voor de jongeren in een wijk als het Kiel. Ze komen de wijk binnen met hun chique auto en als jonge gast zonder geld denk je dan automatisch ‘Amai, dat is iemand die ooit in mijn situatie zat maar het gemaakt heeft.’ En dus willen die ook een patser worden, zoals Adamo, het hoofdpersonage uit onze film.”

Weet je nog waar ‘Patser’ precies ontstaan is?

“We hebben altijd al een gangsterfilm willen maken. Na ‘Image’ en voor ‘Black’ lazen we over een bendeoorlog die aan de gang was. Vandaar het opschrift ‘Min of meer gebaseerd op waargebeurde shit’. Er liggen diverse verhalen aan de basis, waaronder vier jongeren die cocaïne gestolen hebben en op die manier een zwaar conflict tussen twee bendes ontketend hebben. Daarnaast heb je de racistische flikken die illegalen hebben afgeperst en afgeranseld, en die met dat geld naar Ibiza zijn getrokken om de patser uit te hangen. Al die verschillende anekdotes hebben we vermengd met onze eigen ervaringen en in één groot fictieverhaal gezet, dat dan verteld wordt door Adamo.”

Hoe belangrijk is realiteit voor jullie?

“We willen meer doen dan bijvoorbeeld ‘Fast & Furious’. We houden van spektakel en grote cinema, maar er zit ook een auteur in ons die iets wil vertellen wat op onze maag ligt. We willen een realiteit wil tonen die nog niet te zien is geweest. Omdat Antwerpen de cocaïnehoofdstad van heel Europa is, leek het ons ook ideaal om daar ons gangsterverhaal te vertellen en tegelijk iets te zeggen wat betekenis heeft. Antwerpen wordt altijd afgebeeld als de propere stad terwijl Brussel dan de rotte criminele stad is. Maar Antwerpen heeft wel een onderwereld die we nog maar zelden gezien hebben in fictiefilms.”

‘Patser’ zit vol visuele vondsten. Wisten jullie van bij het begin hoe ver jullie konden gaan?

“Tijdens het draaien zei onze cameraman Robrecht Heyvaert soms ‘Hé mannen, gaan we nu niet een beetje erover? Is het niet te flashy?’. Maar wij vonden ‘Fuck nee, het moet nog meer!’ We hebben veel risico’s genomen en daar zijn we trots op. Nu we de film zien, denken we trouwens dat we nog meer hadden kunnen doen.” (lacht)

Stonden die vondsten allemaal op papier? Of konden jullie ook inspelen op de inspiratie van het moment?

“We hebben veel gefreestyled, maar de film was te groot om zomaar alles te improviseren. Dat konden we onze crew niet aandoen. Zeker de grote actiescènes hebben we gedetailleerd uitgetekend, met storyboards. Het was ook de eerste keer dat we zoiets probeerden. Tegelijk lag niks helemaal vast. Soms moesten we door omstandigheden een scène die gepland was voor 10 shots plots draaien in 1 shot, en achteraf bekeken heeft dat nog veel meer effect. We hadden heel veel ideeën op voorhand, zoals bijvoorbeeld met de tetrisblokken, maar we bleven constant zoeken naar creatieve oplossingen en ideetjes. Ook tijdens de montage trouwens.”

Zijn jullie ook eerst eens gaan kijken hoe de grote regisseurs zulke actiescènes aanpakken?

“Dat doen we de hele tijd. We analyseren constant scènes van andere regisseurs. We zijn nu eenmaal opgegroeid met Hollywoodfilms. Martin Scorsese, Spike Lee, Oliver Stone, dat zijn onze grote voorbeelden. En we hebben altijd al Hollywoodcinema willen maken. Als je dan een actiescène moet draaien, denk je automatisch aan die voorbeelden. Scorsese was een heel grote referentie voor ‘Patser’, maar ook ‘City of God’. Of Spielberg, want de schietpartij in de kerk is gebaseerd op het begin van ‘Saving Private Ryan’. Je kunt van ‘Patser’ een spelletje maken, want hij zit vol referenties naar andere films.”

Adil en jij hebben intussen al in Amerika gewerkt, zoals voor de pilootaflevering van de tv-serie ‘Snowfall’. Welke impact heeft zo’n ervaring?

“Het heeft onze manier van werken en denken zwaar beïnvloed. In Amerika heb je alle budget en kun je als regisseur doen wat je wilt. 150 figuranten die allemaal gekleed waren in de stijl van de jaren 80, straten die afgezet worden, noem maar op. Alles wat je denkt, wordt gedaan. Anderzijds draait alles daar rond geld, wat betekent dat je artistieke vrijheid enorm beperkt wordt. Je moet constant rekening houden met de opinie van de producer of de studio en nadenken hoe je je eigen visie daarin kunt maneuvreren. Je moet elke beslissing grondig argumenteren, maar dat dwingt je ook om over elke keuze na te denken. Dat hebben we meegenomen naar ‘Patser’. Over elke wending in het scenario hebben we diep nagedacht, terwijl we vroeger iets sneller tevreden waren met wat we hadden.”