Bear’s Den: "Onze gemeenschappelijke deler? Een geweldig gevoel voor humor"

2017 is het jaar van de grote doorbraak voor Bear’s Den. Maar dat bekendheid niet altijd gepaard gaat met het idee dat de evenaar door je achterste loopt, bewijzen de aandoenlijke bebaarde beren. “Wij zijn dol op badminton én op elkaar.”

Het recept van Bear’s Den is weinig origineel, maar zit live opperbest in elkaar. De folkrock met meerstemmige harmonieën en af en toe een sausje electronica slaagt er telkens weer in om heel wat gevoelige snaren te betokkelen. Om maar te zeggen dat de jongens Andrew Davie en Kevin Jones zich op het podium als een vis in het water voelen.



Kevin Jones: “We hebben er altijd van gedroomd om een liveband te zijn. Elke show is anders en dat houdt het leventje als muzikant spannend. Voor ons functioneren optredens eigenlijk als een eindeloos infuus, dat ons energiek en enthousiast maakt.”

“Wij zijn geen rolmodellen”

Hebben jullie nooit last van heimwee?

Jones: “Af en toe wel natuurlijk. Maar we hebben het geluk dat we tijdens het toeren vergezeld worden door fantastische collega’s met één gemeenschappelijke deler: een geweldig gevoel voor humor. Bovendien is er onderweg meer dan genoeg afleiding.”

Waarover heb je het dan?

Davie: (kijkt grijnzend naar Kevin Jones) “We hebben de gewoonte om ietwat opvallende hobby’s te ontwikkelen als we op de baan zijn. We spelen dolgraag tafeltennis, de kolonisten van Catan of badminton. Als Kevin en Christoph, onze banjospeler, verwikkeld zijn in een spelletje badminton, maakt iedereen spontaan ruimte. Die wedstrijden zijn echt episch.”

Kevin Jones: “Eigenlijk houden we ons gewoon bezig met alle coole dingen die rock-’n-rollbands doen, toch?” (bulderlachend)

Iets anders: ik heb gelezen dat jullie dit jaar een soort van jubileum vieren. Jullie zijn al tien jaar vrienden. Wat vinden jullie het leukst aan elkaar?

Jones: “Oh, wat een lieve, schattige vraag. Dit is net groepstherapie.”

Davie: “Ik vind Kevin de beste songwriter ooit. Voor mij is het gewoon een hele eer om samen met hem in een band te spelen.”

Jones: “Stop it you, sebiet moet ik stiekem een traantje wegpinken. (lacht) Nee serieus, ik kijk echt op naar Andrew. Elke keer dat ik een nummer schrijf, moet hij zijn onverbloemde mening geven. Pas dan heb ik het gevoel dat het op punt staat. Weet je, we zijn gewoon een uitstekend team. We werken allebei ontzettend hard en leggen onszelf veel druk op. Het is ook niet de bedoeling dat we liedjes maken die we nu goed vinden. Binnen tien jaar moeten ze – letterlijk en figuurlijk – ook nog klinken als muziek in onze oren.”

Foto R.V.

Hoe hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen?

Jones: “We zijn elkaar toevallig tegen het lijf gelopen in een groezelig café, de Bosun’s Locker. Dat was een fantastische bar, die verborgen was onder een taartenwinkel. Je zou er zo voorbijlopen. Daar heb ik vrienden voor het leven gemaakt, waaronder Andrew en Ben (Lovett, van Muford and Sons, red .) We namen er regelmatig deel aan open-mic avonden en schreven er ook heel wat nummers.”

Het was dus eigenlijk een soort leerschool voor jullie?

Davie: “Exact. Die plaats heeft ondertussen wel de boeken moeten dichtdoen, net zoals veel andere kleine café’s waar beginnende bands kunnen optreden. Dat is doodzonde, want studio’s in Londen zijn zo duur dat veel jonge artiesten niet van grond komen.”

Jullie zijn net een liveband die bekend geworden is door veel op te treden. Beschouwen jullie jezelf dan als een rolmodel?

Jones: “Ik zou mezelf geen rolmodel noemen, dan zou ik pas bezorgd worden om de mensheid. (lacht) Maar het is wel zo dat veel muzikanten genoodzaakt zijn om achter de computer te kruipen om riedeltjes te maken, net omdat Londen en toeren zo duur is. En dat is jammer, want ik ben er van overtuigd dat het belangrijk is om met je maten te spelen. Door samen te jammen ontstaat er een soort van magie.”

Bij jullie laatste album viel het me trouwens op dat de chauffeur in de linkerzetel zit van de auto. Nogal een vreemde keuze, omdat bestuurders bij jullie net rechts zitten?

Davie: “Goede vraag. Geen idee eigenlijk waarom we die keuze gemaakt hebben. Onbewust is het misschien een verwijzing naar onze liefde voor Amerikaanse muziek? Ik weet wel dat we alle ideeën voor het album bijeengesprokkeld hebben tijdens onze roadtrip door de VS. Dat is volledig anders dan een tour in het Verenigd Koninkrijk, daar ben je hoogstens drie uur onderweg om van punt A naar B te geraken. Maar in de VS ben je soms zeventien uur aan een stuk op de baan en kom je onderweg bergen, sneeuwstormen en andere prachtige natuurfenomenen tegen. Zo episch is het bij ons thuis nooit.”

Liesbeth De Corte

Bear’s Den speelt op 17/11 in de Lotto Arena.