Leven als God in Gambia

Foto Glenaki

Zon in overvloed, wuivende palmbomen en een bevolking die even oprecht en sympathiek is als je pamperende grootmoeder. Er zijn redenen genoeg waarom Gambia hét ideale land is om Afrika voor de eerste keer te ontdekken en aan de Belgische koude te ontsnappen.

Door Liesbeth De Corte

1. Je waant je in een hemels paradijs



Het is moeilijk om niet meteen verliefd te worden op Gambia. De grootste troef van dit ministaatje aan de Westkust is zonder twijfel de kustlijn. Die is amper 80 kilometer lang en toch kan je er in je uppie slenteren door het parelwitte zand, naast het woeste water en de palmbomen. Her en der kom je exotische strandbarretjes tegen met al even ronkende namen als Rainbow Beach Bar of Boboy Beach Lodge. De prachtige zonsondergang krijg je er gratis bij.

2. Dierenliefhebbers kunnen er hun hart ophalen

Als je de Big 5 wil spotten, kom je bedrogen uit. Leeuwen of olifanten kom je hier niet tegen, maar mangoesten, apen en krokodillen zijn er in overvloed. In de Kachikally Crocodile Pool kan je zelfs op de foto terwijl je zo’n deugniet doodleuk over zijn schubbige staart streelt. Geen grap, met trillende vingers hebben we het zelf geprobeerd, maar het dier bleef gelukkig braaf liggen. Ook vogelspotters kunnen een hoogtepunt beleven. In Gambia leven er zo’n 450 bontgekleurde soorten en zelfs het nationale bier Julbrew heeft een vogel in zijn embleem.

3. Het is er vriendelijkheid troef

Foto L. De Corte

Heb je een egoboost nodig? Vergeet dan dat vreselijke dieet of fitnessabonnement, want ze noemen dit land niet voor niets ‘The Smiling Coast of Africa’. Iedereen trakteert je op een brede glimlach en de complimenten vliegen je om de oren. Schoolvoorbeeld is onze gids Mamou Suwaneh, die ons vanaf minuut één goedlachs ontvangt. Het resultaat: na enkele dagen voelden we ons bijna een begeerlijke prinses. Toegegeven, af en toe willen sommige Gambianen je iets verkopen, maar dan kan je ze met een simpele “neen bedankt” beleefd afwimpelen.

4. Je kan het land ontdekken met de fiets…

Foto L. De Corte

Wie avontuurlijk aangelegd is, kan aankloppen bij Bernard Ugille voor een fietsvakantie. De sympathieke West-Vlaming kent Gambia op zijn duimpje en neemt je mee op pad langs authentieke dorpen en verborgen zandweggetjes. Ondertussen kan je met volle teugen genieten van het uitzicht. De combinatie van de feloranje savannevlaktes en de weelderige groene struiken vormt een vrolijk kleurenpallet waar je spontaan een stralend humeur van krijgt. Zelfs al ben je compleet uitgeput van de fietstocht.

5. …of met de boot

De beste manier om dit kleine land te verkennen is met een boot, kriskras door rivieren, kreken en mangrovemoerassen. Om van de rust te proeven is het aangeraden af te zakken naar de Lamin Lodge. Dat is een houten hut op de oevers van de Gambiarivier, waar je uitsluitend vergezeld wordt door enkele hongerige aapjes en – als je véél geluk hebt – een krokodil. Wij mochten onze beide handjes kussen. Zelfs Mamou stond met zijn mond vol tanden toen we er eentje konden spotten tijdens onze kanotocht.

6. Je eet er je buik rond

Foto Glenaki

De Gambiaanse keuken is smaakvol, maar niet bepaald gevarieerd. De meeste gerechten bestaan uit rijst, kip of vis en pepers, véél pepers. Culinaire lekkerbekken die zelf een traditionele maaltijd willen bereiden, kunnen een kookles volgen bij de flamboyante Ida Cham. Hier krijg je eerst een kleurrijke outfit aangemeten, om daarna samen door de vismarkt in Tanji te slenteren. Geloof ons vrij: door de kleurrijke vissersbootjes, de soms nog spartelende vissen die op het strand worden verkocht en de drukte vanjewelste kom je hier ogen tekort. Als Ida alle verse ingrediënten aangekocht heeft, keer je terug naar haar idyllisch huisje voor het moment suprême: slow cooking in de buitenlucht. Dat je achteraf de zelfgemaakte delicatesse mag opeten, spreekt voor zich.

7. Nood aan een shotje cultuur? Check!

Is jouw reis niet compleet zonder een bezoek aan een museum of een expositie? Dan moet je een bezoek aan het dorpje Galloya inplannen. Verschillende street artists hebben daar de gebouwen voorzien van kleurrijke en indrukwekkende tekeningen. En de kunstenaars zijn niet de eerste de besten: onder meer Eelus uit het Verenigd Koninkrijk, Logan Hicks uit de VS, C215 uit Frankrijk en zelfs de Gentse ROA lieten er hun creativiteit los. Het resultaat kreeg de toepasselijke naam ‘Wide Open Walls’. Terwijl je hier rondstruint, krijg je gegarandeerd het gezelschap van enkele uitermate schattige kinderen en een lokale gids, die je rondleidt tussen de krakkemikkige boerderijtjes, stoffige wegen en bossen vol frisgroene cashewbomen.


Goed om weten

  • In Gambia betaal je met Dalasi’s. Eén Dalasi is ongeveer evenveel waard als vijftig euro.
  • De beste periode om naar Gambia te reizen loopt van eind oktober tot juni.
  • Zowel Brussels Airlines als TUI Fly vliegen naar Gambia. Je vertrekt in Brussel en landt in de hoofdstad Banjul. De vlucht duurt minstens zeven uur.
  • Je hebt geen paspoort nodig om te reizen naar Gambia. Een Belgische identiteitskaart volstaat.
  • Wij hebben overnacht in Sunset Beach hotel en Balafon Resort.
  • Gambianen verwijzen naar hun land als The Gambia. Gambia is de naam van de rivier die het land doorkruist.