Steeds meer Amerikaanse steden halen geconfedereerde standbeelden weg

Steeds meer Amerikaanse steden halen geconfedereerde standbeelden weg

Na de gewelddadige protesten van vorig weekend in Charlottesville, halen meer en meer zuidelijke Amerikaanse steden standbeelden weg van personen die tijdens de civil war aan de kant vochten voor de geconfedereerde staten. Dat melden de Amerikaanse media. Ondertussen krijgt president Donald Trump steeds meer kritiek op zijn commentaren na de gebeurtenissen in Charlottesville, ook uit zijn eigen Republikeinse partij. Afgelopen weekend protesteerden extreemrechtse manifestanten, onder wie neonazi’s en leden van de Ku Klux Klan, tegen de verwijdering van een standbeeld van de generaal van de Geconfedereerde Staten Robert Lee in Charlottesville. Het kwam tot hevige rellen tussen de manifestanten en tegenbetogers, en een vrouw overleed toen een man met neonazistische sympathieën bewust op de tegenbetogers inreed.

In de nasleep van het geweld in Charlottesville hebben de autoriteiten in Baltimore verschillende standbeelden weggehaald die de overleden soldaten uit de Geconfedereerde Staten van tijdens de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) herdenken. Dergelijke standbeelden worden door velen als racistisch beschouwd, omdat de zuidelijke staten, die zich hadden afgesplitst van de Verenigde Staten, de slavernij niet wilden afschaffen.



In Baltimore worden zo de standbeelden van de generalen Robert Lee en Thomas “Stonewall” Jackson weggehaald, en ook dat van rechter van het Hooggerechtshof Roger B. Taney (19777-1864) die voor het behoud van de slavernij was. En ook in andere steden, zoals Lexington en Kentucky willen de autoriteiten standbeelden uit de geconfedereerde periode weghalen na de gebeurtenissen in Charlottesville.
Maandag haalden betogers in North Carolina ook al een monument neer voor gesneuvelde soldaten.

Ook na de aanslag door de blanke supremacist Dylann Roof in een kerk in Charleston, South Carolina, twee jaar geleden, gingen al stemmen op om dergelijke monumenten weg te halen. Er zijn naar schatting een 1.500-tal standbeelden in de zuidelijke staten, net als talrijke straten, bruggen en militaire basissen die genoemd zijn naar figuren uit de Civil War.

President Donald Trump reageerde slechts lauw op de gebeurtenissen in Charlotteville, en het duurde twee dagen voor hij expliciet het racisme van neonazi’s en de alt-right-beweging. Tijdens een persconferentie dinsdag haalde hij bovendien uit naar extreemlinks. Dat heeft tot veel kritiek geleid, mede omdat extreemrechtse groeperingen in Trumps reactie een steunbetuiging zaten.

De kritiek komt ook uit Trumps partij. Zo heeft voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Paul Ryan zich gedistantieerd van Trump: “We moeten duidelijk zijn. Blanke suprematie is verwerpelijk. Dit fanatisme gaat in tegen alles waarvoor dit land staat. Er mag geen morele ambiguïteit zijn.”

bron: Belga