Donorkinderen mogen DNA van Nederlandse vruchtbaarheidsdokter verzamelen

Donorkinderen mogen DNA van Nederlandse vruchtbaarheidsdokter verzamelen
Donorkinderen mogen DNA van Nederlandse vruchtbaarheidsdokter verzamelen

Tweeëntwintig Nederlandse donorkinderen mogen spullen van de intussen overleden vruchtbaarheidsdokter Jan Karbaat gebruiken voor een vergelijkende DNA-test. Dat heeft een rechtbank in Rotterdam vandaag beslist. Karbaat had jarenlang een eigen vruchtbaarheidskliniek, waar hij vermoedelijk tientallen vrouwen insemineerde met zijn eigen zaad. Karbaat gold als de pionier van kunstmatige inseminatie in Nederland en had van 1980 tot 2009 een eigen IVF-kliniek in Barendrecht. Verschillende ouders en donorkinderen hadden al jaren het vermoeden dat de dokter zijn eigen sperma had gebruikt om vrouwen te insemineren. Zelf gaf hij in verschillende interviews aan dat hij “zeker 60 kinderen” had verwekt, maar weigerde hij wel altijd om DNA af te staan.

Na de dood van de 89-jarige arts in april werd het DNA van een van zijn wettige kinderen vergeleken met dat van 22 donorkinderen in de databank van Fiom, de Nederlandse instantie voor donorkinderen. Bij 19 van die kinderen bleek dat er een match was met het DNA van de dokter, waarna de betrokken gezinnen een directe vergelijking met het DNA-materiaal van de arts zelf eisten. De rechtbank heeft die eis nu ingewilligd: de weduwe van Karbaat moet DNA-materiaal van de arts – in de vorm van bijvoorbeeld een tandenborstel, scheergerei of steunkousen – afstaan. De vrouw heeft zich daar altijd fel tegen verzet.



Vermoedelijk heeft Karbaat een pak meer biologische kinderen dan de 19 die nu al bevestigd zijn. Veel donorkinderen die via zijn kliniek werden verwerkt, staan niet ingeschreven bij de databank van Fiom. Ook zij kunnen nu een vergelijkende DNA-test laten afnemen.

Bron: Belga