Serviërs in Kosovo beëindigen na half jaar boycot van regering en parlement

De Serviërs in Kosovo hebben beslist een einde te maken aan hun zes maanden durende boycot van de Kosovaarse regering en van het parlement. De Serviërs zullen opnieuw toetreden tot die politieke instellingen “om te voorkomen dat de (Servische) burgers geïsoleerd worden”, zo blijkt uit een mededeling van de Servische Lijst, de belangrijkste politieke formatie van de Serviërs in Kosovo. De Serviërs hadden de boycot in oktober vorig jaar uitgeroepen, uit protest tegen de beslissing van Pristina om het mijnconglomeraat Trepca om te vormen tot een overheidsbedrijf. De Serviërs stellen dat het bedrijf Servisch is, omdat Belgrado in het complex geïnvesteerd heeft toen Servië Kosovo nog controleerde.

Slavko Simic van de Servische Lijst kondigt nu aan dat die boycot wordt opgeheven. Op die manier wil hij de rechten van de Servische minderheid weer beter kunnen verdedigen. “We keren terug naar de instellingen, waar we de creatie van een associatie van de Servische gemeenschappen kunnen bekomen en waar we de oprichting van een Kosovaars leger kunnen verhinderen”, zegt Simic.
Het Kosovaarse voorstel om een eigen leger op te richten, had in Belgrado nog tot verontwaardiging geleid. Het werd namelijk gezien als een nieuwe stap richting een volledige soevereiniteit voor Kosovo.



Het grotendeels door Albanezen bewoonde Kosovo scheurde zich in 2008 af van Servië, hoewel Servië nog altijd de soevereiniteit over het gebied opeist. De Serviërs vormen een kleine minderheid in Kosovo (120.000 inwoners op een totaal van 1,8 miljoen). Ze beschikken in het parlement wel over tien van de honderdtwintig zetels. In de regering beschikken ze over drie ministers en over een vicepremier. Bovendien kunnen er geen grondwettelijke hervormingen worden goedgekeurd zonder de steun van de Serviërs.

Bron: Belga