Al meer dan 800 zorgverleners gestorven sinds begin oorlog in Syrië

Al meer dan 800 zorgverleners gestorven sinds begin oorlog in Syrië
Al meer dan 800 zorgverleners gestorven sinds begin oorlog in Syrië

Sinds het begin van de oorlog in Syrië in maart 2011 zijn al minstens 814 hulpverleners om het leven gekomen. Dat blijkt uit nieuwe schattingen die woensdag werden gepubliceerd. “Het jaar 2016 was het gevaarlijkste jaar tot nu toe voor hulpverleners in Syrië en de aanvallen duren voort”, aldus dr. Samer Jabbour van de Amerikaanse universiteit van Beiroet, een van de auteurs van de studie die gepubliceerd werd in het Britse medische vakblad The Lancet. De onderzoekers, onder wie ook leden van de Syrian American Medical Society (SAMS), baseerden zich voor het rapport op gegevens van verschillende bronnen.
Volgens de studie voeren de Syrische overheid en haar Russische bondgenoot systematisch aanvallen uit tegen medische structuren. Deze strategie, die “meer dan ooit wordt gebruikt door de Syrische overheid en haar bondgenoten”, heeft zich vertaald in “de dood van honderden zorgverleners, de verbranding of foltering van honderden anderen, en het systematisch en opzettelijk aanvallen van zorginstellingen”, klinkt het. Het aantal aanvallen op gezondheidsvoorzieningen is gestegen van 91 in 2012 naar 199 in 2016. De overgrote meerderheid (94 procent) daarvan werd uitgevoerd “door de Syrische overheid en haar bondgenoten, onder wie Rusland”.
Uit cijfers van de Amerikaanse ngo Physicians for Human Rights zijn 782 hulpverleners gedood tussen maart 2011 en september 2016, er kwamen er sindsdien ook al zeker 32 zorgverleners om. Van de 782 doden, stierf 55 procent bij bombardementen, 23 pct bij schietpartijen, 13 pct door folteringen en 8 pct werd geëxecuteerd. Door de oorlog zijn tussen 2011 en 2015 bovendien meer dan 15.000 hulpverleners het land uit gevlucht.
De Syrische crisis “heeft lacunes aangetoond” in de reactie van de internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, die de aanvallen wel registreert, maar geen namen van verantwoordelijken doorgeeft. Dat “ondermijnt de nodige inspanningen die worden gedaan om een einde te maken aan deze oorlogsmisdaden”, waarschuwen de auteurs van het rapport nog.

Bron: Belga