Vlaamse streekproducten azen op Europees label

Wikimedia Commons / V. Vitaly

Exact tien jaar geleden kreeg Geraardbergse mattentaart als eerste Vlaams streekproduct een Europese label. Sindsdien is dat clubje nauwelijks gegroeid. Voor vijf producten loopt momenteel een aanvraag.

Het Beschermde Geografische Aaanduiding’-label betekent dat de benaming ‘Geraardbergste mattentaart’ enkel nog gebruikt mag worden op voorwaarde dat het gebak op traditionele wijze bereid is in Geraardsbergen of buurgemeente Lierde.

Sindsdien hebben zes andere Vlaamse streekproducten het BGA-label kunnen veroveren: het Brussels grondwitloof, de Gentse azalea, de Poperingse hopscheuten, het Lierse vlaaike, het potjesvlees uit de Westhoek en de Vlaamse laurier. Daarnaast heeft de Vlaams-Brabantse tafeldruif het Beschermde Oorsprongsbenaming-label gekregen. Dat vereist een erg strikte band met de regio. Enkel product die traditioneel geproduceerd, verwerkt en bereid worden binnen een bepaald gebied komen hiervoor in aanmerking. Voor vijf producten is het aanvraagdossier momenteel in behandeling.

Een Europees label is geen garantie op succes, wel een bescherming tegen misbruik en namaak. De invloed op verkoopcijfers is onduidelijk. “Hoe belangrijk zo’n Europese erkenning is voor de producent hangt sterk van de producenten zelf. Wanneer zij een sterke communicatie en marketingstrategie uitbouwen, kan dit echt wel een opstapje betekenen en zorgen voor een grotere omzet en grotere bekendheid”, klinkt het bij de VLAM.