Acteur en Stubru-gezicht Tom Exelmans ging als vrijwilliger naar Nicaragua

Tom Exelmans
Foto I. Wagemakers

Januari is de maand van de goede voornemens. Voor Tom Exelmans mag dat best wat langer duren: het komende halfjaar woont de student in Nicaragua om met straatkinderen te werken. “We helpen hen om zich te re-integreren in de maatschappij en geven hen de kans om gewoonweg kind te zijn.”

In welke mate is Nicaragua een ontwikkelingsland?



Tom Exelmans: “Binnen mijn bachelor-na-bachelor Internationale Samenwerking spreken wij van een ‘zuidland’. Het woord ‘ontwikkeling’ impliceert een soort paternaliserend patroon waarbij je ervan uitgaat dat jij als koloniale staat de andere staat moet gaan ontwikkelen. Dat is een achterhaalde en neerbuigende benadering van hulp bieden. Het moet een samenwerking zijn, geen eenrichtingsverkeer. Dat gezegd zijnde, Nicaragua is het armste land van Centraal-Amerika. Armoede is hier heel slecht zichtbaar in het straatbeeld. Mensen maken zich mooi om buiten te komen, maar vaak hebben ze huidaandoeningen omdat ze met beestjes in huis zitten. Velen wonen met tien in een krot met golfplaten als dak en gaas in de vensters, waardoor privacy relatief is. Kinderarbeid is wel heel zichtbaar op straat: je ziet veel kinderen zeulen met een zware emmer op hun schouder. Hun ouders kampen vaak met schulden en kunnen geen pensioen opbouwen omdat veel jobs niet zijn aangegeven.”

Welke rol speelt president Daniel Ortega daarin?

“President Ortega is bezig het land om te vormen tot een dictatoriale staat. Hij is verkozen met 72% van de stemmen, maar die stemming is niet anoniem verlopen. Stemcontroleurs moesten de briefjes controleren op geldigheid, waardoor ze konden zien op wie de burgers gestemd hadden. Armoede- en gezondheidscijfers worden bijvoorbeeldook vervalst. Zo was het zika-virus tot voor kortzogezegd nooit gesignaleerd in Nicaragua. Bovendien moet iedereen die voor de overheid werkt een lidkaart hebben van de Nicaraguaanse socialistische partij waartoe de president behoort. Hij zet ook zijn familieleden op belangrijke machtsposities. Toch bereikt dat alles de media niet, omdat het westen zo sterk gericht is op het Midden-Oosten.”

Een cultuurshock heb ik nooit gehad

Welke initiatieven neemt de ngo waarvoor je werkt?

“Las Chavaladas, zo heet het project, heeft een buurthuis waar straatkinderen een toevluchtsoord in vinden. Ze krijgen de kans om zich te douchen en om hun kleren te wassen. We leren hen de basis beleefdheidsregels aan tafel en bieden ook huiswerkbegeleiding aan. Veel kinderen verliezen hun motivatie om naar school te gaan omdat het publieke onderwijs van deplorabele kwaliteit is. Bovendien snuiven ze vaak lijm door hun slechte leefomstandigheden. Thuis krijgen ze amper aandacht of worden ze zelfs geslagen. Een cultuurshock heb ik niet ervaren, maar het is heel pijnlijk om een kind onder invloed van drugs te zien liggen aan de kant van de straat en te beseffen dat je daar eigenlijk weinig aan kunt doen. Naast de activiteiten binnen het buurthuis maken we uitstapjes naar de hoofdstad of het strand, zodat de kinderen hun woonwijk eens verlaten. Al spelend probeer ik gesprekken aan te knopen om de jongeren te motiveren iets van het leven te maken. Dat klinkt heel hocuspocus maar daar komt het op neer.”

Hoe vermijd je om ‘de blanke redder’ te zijn?

“Het is heel interessant om terecht te komen in een cultuur waarin je tot de minderheid behoort. Ik word hier aangesproken als ‘chele’, wat staat voor bleekscheet. Dat is niet bedoeld als scheldwoord. Op een markt roept de kramer bijvoorbeeld: ‘hé chele, wat zoek je?’ Ik vind het heel verfrissend hoe mensen hier met huidskleur omgaan. Voor de kinderen probeer ik iets bij te dragen aan hun bestaan, al ben ik mij ervan bewust dat die bijdrage heel miniem is. Je kunt een kind leren zwemmen of gitaar spelen, maar daarmee ga je hen niet redden uit de miserie. De ergste thuissituatie heeft Kolvin, een 7-jarige jongen die ik ‘mi hijo moreno’, mijn bruine zoon, noem. Hij klampt zich heel erg vast aan mij, maar ik bereid hem er nu al op voor dat ik ook weer zal vertrekken. Alleen zo kun je de schade beperken bij het afscheid, want die kinderen worden al zo vaak in de steek gelaten.”

Het is interessant om tot een minderheid te behoren

Wat was je meest beklijvende ervaring tot nu toe?

“Op een mooie dag zat ik met een groep pubers onder de palmbomen spelletjes te spelen. Plots begonnen ze te praten over seks en vroegen ze naar mijn ervaringen. Ik hoorde dat een 12-jarige jongen quasi gratis naar een prostituee was geweest en pikte daarop in om te praten over aids, een groot probleem in Nicaragua. Niet alleen kon ik ze veel bijleren, het was ook een ontroerend moment voor mij. Wekenlang heb ik geïnvesteerd om een band met die kinderen op te bouwen, tot ze mij in vertrouwen namen. Vertellen over je diepste emoties tegen een blanke vrijwilliger, dat is allesbehalve evident.”

Wat zijn de vooruitzichten?

“Ik ben begonnen met een videoproject om iets ‘productiefs’ te doen – een westers kwaaltje denk ik. Voor Quetzaltrekkers, een lokale, non-profit touroperator, ga ik vulkanen beklimmen en mangroven bezoeken om promomateriaal te maken. De natuur is hier nog heel ongerept, maar de laatste jaren is de toeristische sector aan een opmars bezig. Alle winst van de touroperator gaat naar ngo’s die hier werkzaam zijn. Ik mag mij dus uitleven met audiovisuele bezigheden terwijl ik daarmee mijn steentje bijdraag aan organisaties die met straatkinderen werken. De cirkel is rond.” ( lacht)

 

 

Charlotte De Cort