Televisie kijken via nieuwe schermen blijft nagenoeg stabiel in Vlaanderen

Televisie kijken via nieuwe schermen blijft nagenoeg stabiel in Vlaanderen

Het online kijken naar tv-programma’s via nieuwe schermen is in 2016 lichtjes gedaald tegenover 2015. Het gebruik van de smartphone om naar tv te kijken, steeg wel. Dat is één van de conclusies van een onderzoek van het Centrum voor Informatie over de Media (CIM). Het CIM publiceert in België de officiële kijkcijfers, gebaseerd op het kijkgedrag op tv-schermen. Daarnaast volgt het sinds 2014 ook het kijken naar televisie en video op nieuwe schermen, zoals de desktop, laptop, tablet, smartphone en multimediaconsole. Twee keer per jaar wordt daarvoor een online panel ondervraagd. In dit onderzoek vergelijkt het CIM de resultaten van 2015 en 2016.

Online video-kijken in het noorden van België lag in 2016 (67 procent) bijna op hetzelfde niveau als in 2015 (69 procent). Bij smartphones steeg het aantal video-kijkers (+3 pct). Dat valt volgens Guillaume Larivière van het CIM onder meer te verklaren door het stijgend aantal mensen dat een smartphone gebruikt. “We zien dat het gebruik van de vaste pc of de laptop om tv te kijken daalt, terwijl het gebruik van de smartphone wel stijgt. Dat kan verklaard worden door het feit dat jongeren steeds minder de klassieke computer of laptop gebruiken en steeds meer naar de smartphone grijpen”, aldus Larivière.



Uit hetzelfde onderzoek blijkt immers dat het gebruik van smartphones in het noorden op 1 jaar tijd steeg van 61 pct (2015) naar 70 pct (2016). Laptops blijven wel het meest gebruikte nieuwe scherm (75 pct), gevolgd door smartphones (70 pct).

De verdeling van de totale kijktijd op klassieke tv (94 pct in 2015 en 93 pct in 2016) en nieuwe schermen (6 pct in 2015 en 7 pct in 2016) bleef in het noorden stabiel. Het klassieke tv-kijken bleef in 2016 in het noorden vrijwel gelijk: gemiddeld 181 minuten per dag in 2015 tegenover 180 in 2016. “Klassieke tv blijft de belangrijkste vorm van video-kijken”, aldus Larivière.

Deze cijfers hebben enkel betrekking op de 4,3 miljoen Nederlandstalige en 3,4 miljoen Franstalige Belgen ouder dan 12 jaar die toegang hebben tot internet. “Dat verschilt van de officiële kijkcijfers die het klassieke tv-scherm voor de hele Belgische bevolking meten”, benadrukt het CIM. De resultaten werden opgedeeld in twee delen: noord en zuid, die respectievelijk overeenkomen met Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel, en Wallonië en Franstalig Brussel.

bron: Belga