Gebroeders Dardenne: “Onverschilligheid is de grote ziekte van vandaag”

Foto Christine Plenus

De broers Dardenne en het filmfestival van Cannes: het is een lange love story die begon in 1996, toen ze er voor het eerst aanmeerden met ‘La Promesse’. Twee Gouden Palmen en twintig jaar later kwamen ze er ‘La Fille Inconnue’ voorstellen, en voor het eerst reageerde de pers met een collectief schouderophalen. De broers schrokken zich een hoedje en verwezen de film bij thuiskomst terug naar de montagekamer. Metro wilde weten waarom.

De film die vandaag in de zalen komt, is niet meer helemaal dezelfde als degene die in Cannes te zien was. Hoe zit dat juist?

Luc Dardenne: “We hebben er 7,5 minuut uitgeknipt. Al voor het festival was er één scène waarvan we niet helemaal overtuigd waren. In Cannes hebben we de knoop doorgehakt: ze moest eruit. Maar toen zei onze monteuse: “Misschien zijn er nog wel een paar plekken waar we kunnen snoeien”. En voor we het wisten, waren we de hele montage aan het herbekijken. Plots keken we met andere ogen naar de film. We hebben maar liefst 32 keer geknipt. Pas op: aan de volgorde is niets veranderd, het is geen andere film geworden. Maar het ritme is anders, en we volgen nu meer de logica van Dr. Jenny, het hoofdpersonage.”

Hoe komt het dat jullie de montage niet van de eerste keer goed hadden gekregen?

Luc: “Het was de eerste keer in ons leven dat we de film meteen na de opnameperiode gemonteerd hadden, zonder eerst even vakantie te nemen. Ik denk dat we nog niet de nodige afstand hadden ten opzichte van wat we net gedraaid hadden.”

Hebben de lauwe recensies in Cannes ook een rol gespeeld?

Jean-Pierre Dardenne: “Voor mij hebben ze toch geholpen om te beseffen dat er iets scheelde. Want heel eerlijk: we hadden de kritiek totaal niet zien aankomen.”

Luc: “Pas op, het is niet zo dat we door die recensies hebben beslist om opnieuw aan de film te gaan sleutelen. Maar ze zinderden wel na in ons hoofd. Omdat we ergens voelden dat er een grond van waarheid in zat. Kijk, ‘Rosetta’ had ook felle voor- en tegenstanders, maar daar hebben we nooit getwijfeld. We wisten exact wat we gemaakt hadden, en we waren er fier op. Deze keer was het anders: de kritiek bleef knagen.”

De film gaat over een jonge dokteres. Op een avond staat er een onbekend meisje voor de deur van haar praktijk, maar het is ver na sluitingstijd, en dus doet ze niet open. De volgende dag wordt het meisje vermoord teruggevonden. Waar kwam dat idee vandaan?

Luc: “Wat ons interesseerde was het idee dat een dokter, die de taak heeft om de dood zo lang mogelijk weg te houden, zich plots verantwoordelijk zou voelen voor de dood van een meisje zonder papieren. Ze raakt als het ware bezeten door het spook van dat meisje, en gaat op zoek naar haar naam – ze wil haar een menswaardige begrafenis kunnen geven. Maar tijdens haar onderzoek begint ze de mensen die ze aanspreekt, aan te steken met haar schuldgevoel. Ze wekt hun verantwoordelijkheidsbesef op, en door naar hen te luisteren, zet ze hen aan om de waarheid te spreken.”

In jullie vorige film ‘Deux jours, une nuit’ zagen we ook al een vrouw die anderen probeerde te overtuigen om solidair te zijn. Wat zegt het over onze samenleving, dat jullie twee films na mekaar maken rond dat thema?

Luc: “Die kwestie is sowieso een beetje de rode draad doorheen onze cinema: hoe word je ertoe gebracht om je verantwoordelijk te voelen voor iemand anders? Wat zorgt ervoor dat je je eigenbelang en je angsten opzij kan zetten om de ander te helpen?”

Jean-Pierre: “‘Deux jours, une nuit’ en ‘La fille inconnue’ zijn eigenlijk twee films over onverschilligheid. Want onverschilligheid is echt de grote ziekte van onze tijd. En daar geneest Jenny de anderen van.”

Het onbekende meisje uit de titel is een illegale Afrikaanse die dood wordt teruggevonden aan de rand van het water. Mag ik daar een parallel in zien met de vele verdronken vluchtelingen die de afgelopen jaren aanspoelden op de stranden van Europa?

Jean-Pierre: “Dat mag je zeker. Je kan bijna niet anders, toch?”

Luc: “Ik denk dat je je bij het zien van deze film de bedenking kan maken dat gastvrijheid een plicht is. We moeten immigranten bij ons verwelkomen. Tegelijk beseffen wij ook wel dat het moeilijk is om honderdduizenden mensen op te vangen in Europa. Maar de film nodigt alleszins uit om erover na te denken.”

Ik zag ook veel verwijzingen naar jullie eigen filmografie: habitués als Jérémie Renier, Fabrizio Rongione en Olivier Gourmet spelen allemaal weer mee, en ook de brommertjes, de trainingspakken en de straten van Seraing zijn opnieuw present. Het voelt bijna alsof jullie met deze film een hoofdstuk afsluiten?

Luc: “Ha! Wie weet… Heel eerlijk, ik heb geen idee wat we de komende jaren gaan maken. En Jean-Pierre ook niet. En anders verzwijgt hij iets voor mij.” (lacht)

Jean-Pierre: “Ik ben stiekem een musical aan het schrijven. Met Luc in de hoofdrol!” (hilariteit)

Luc: “Nee, serieus: we weten het nog niet. Ik kan je wel al zeggen dat we graag nog eens een nieuw verhaal zouden willen bedenken. Want onze laatste drie films waren gebaseerd op ideeën waar we al heel lang mee rondliepen.”

En die film over terrorisme, waarover de internationale media berichtten?

Luc: “Dat is eigenlijk een groot misverstand. (lacht) Het zit zo: op het filmfestival van Lima werd ik aangesproken door een vriendelijke journaliste – in het Spaans, en ik spreek geen Spaans! – met de vraag of ik aangedaan was door de aanslagen in België. “Natuurlijk”, zei ik. Dan vroeg ze of ik erover dacht om een film te maken rond terreur. Waarop ik heb gezegd dat we wel een idee hebben voor een film over fanatisme. Maar we weten hoegenaamd niet of we dat project ook echt gaan draaien. Laat staan dat het onze volgende film zou worden! En toch is dat verhaal een eigen leven gaan leiden. Sommige media zijn zelfs beginnen knippen en plakken met quotes uit oude interviews waarin we reageerden op de aanslagen van 22 maart. Vreselijk!”

Lieven Trio

Review: 3/5

De kritieken in Cannes waren niet zo lovend als anders, maar laat niemand u wijsmaken dat de broers Dardenne een slechte film hebben gemaakt. Ja, ‘La Fille Inconnue’ is nogal cerebraal, en daardoor wat moeilijker om in mee te gaan. Maar het is ook een slimme en gelaagde film, met een strak tempo en een alweer erg intense centrale vertolking van toptalent Adèle Haenel. Zij speelt de jonge dokter Jenny, die zich schuldig voelt omdat ze de deur van haar praktijk niet heeft geopend voor een meisje dat later dood wordt teruggevonden. Wanneer blijkt dat de politie haar niet kan identificeren, gaat Jenny zelf op onderzoek. Niet naar de dader, maar naar de naam van het slachtoffer. Niet met harde ondervragingen, maar door te doen wat ze als dokter dag in dag uit doet: luisteren, met of zonder stethoscoop.

Het is de eerste keer dat de broers een krimi-element in hun film verwerken, maar voor de rest zijn alle typische ingrediënten aanwezig. In zekere zin is ‘La Fille Inconnue’ zelfs een Dardenne-film in zijn meest pure, uitgeklede vorm. Maar daar zit meteen ook de moeilijkheid: Jenny voelt meer als een moreel vraagstuk op pootjes dan als een mens van vlees en bloed. Over haar leven buiten de praktijk krijgen we geen details, de titel zou even goed op haar kunnen slaan. Nu is een emotionele band met het hoofdpersonage een handig glijmiddel, maar echt noodzakelijk is het niet. Ook zonder al te veel te ontroeren, houden de Dardennes ons aan het scherm gekluisterd met rake observaties over menselijk gedrag, en brengen ze een mooie ode aan de artsenstiel. Hoe dokters als Jenny zich het welzijn van de ander aantrekken, het is in hun ogen duidelijk een voorbeeld voor ons allemaal.