CIA beschermt de privacy van een fictief persoon

In kranten over de hele wereld verschenen in de jaren 50 en 60 stukken van economie-expert Guy Sims Fitch. Later is gebleken dat Fitch helemaal niet bestond, maar een propagandamiddel was. En hoewel de expert fictief is, weigert de CIA er informatie over vrij te geven.

Tijdens de Koude Oorlog schuwde de Verenigde Staten propaganda niet. Sterker nog, het woord had destijds niet eens een negatieve lading. De United States Information Agency (USIA) had dan ook heel wat propagandamiddelen. Eentje daarvan was Guy Sims Fitch, een fictieve expert in economie die opkwam voor Amerikaanse privé-investeringen. Zijn artikels verschenen onder andere in Duitse, Australische en Braziliaanse kranten.

Verschillende journalisten en redacteurs hebben bijdrages geleverd onder het pseudoniem, maar er bestaat geen duidelijkheid over wie, wat of hoe exact. Om die reden heeft journalist Matt Novak van Gizmodo een ‘Freedom of Information Act (FOIA)’-aanvraag ingediend bij de CIA. Volgens die wet mag het Amerikaanse volk informatie vragen bij overheidsdiensten, zolang het de privacy van een levend persoon niet schendt.

De CIA wilt niets lossen en verschuilt zich daarom achter de privacykwestie. Novak kreeg als antwoord dat de inlichtingendienst de privacy van de fictieve schrijver niet wil schenden.

Omdat de journalist geen overlijdensakte van Fitch kan voorleggen, geeft de CIA een alternatief: toestemming van alle levende schrijvers die onder de noemer Guy Sims Fitch geschreven hebben en overlijdensaktes van al hun overleden collega’s. Maar zonder de informatie van de FOIA-aanvraag, is het voor Novak niet mogelijk om te achterhalen wie bijdrages heeft geleverd aan de propaganda.

Dankzij het gebruik van een indrukwekkend achterpoortje moet de CIA dus niets lossen. Novak gaat in beroep tegen het besluit van de FOIA-aanvraag.

Foto AFP / S. Loeb