Vlaming vindt weg naar kringwinkel

Nooit eerder kregen de Vlaamse Kringwinkels zoveel volk over de vloer als in 2015. Vooral kleding en meubels worden steeds vaker tweedehands gekocht.

Kringwinkels zijn sociale werkplaatsen waar afgedankte spullen een tweede leven krijgen.

Over heel Vlaanderen zijn er 128, die vorig jaar allemaal samen bijna 70.000 ton aan goederen inzamelden. Bijna de helft daarvan werd aan de man gebracht. In totaal bedienden de Kringwinkels in 2015 zo’n 5,6 miljoen klanten, een stijging met 12% in vergelijking met een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van Komosie, de koepel van milieuondernemers in de sociale economie.

Textiel en meubels

Die toegenomen belangstelling voor tweedehandse spullen vertaalt zich ook in de volumes die over de toonbank gingen. Met gemiddeld iets meer dan 5 kilo aan spullen is voor het eerst de hergebruikdoelstelling voor Vlaanderen gehaald. De verwachting is dat dat cijfer de komende jaren nog gaat stijgen. Bij Komosie mikken ze op 7 kilo per Vlaming tegen 2022. Vooral kledij is populair. Textiel is goed voor ongeveer een derde (34%) van de totale omzet van 48 miljoen euro. Dan volgen meubels (21%), huishoudspullen (19%), elektrotoestellen (9%) en boeken of multimedia (7%).

Personeelstekort

Het groeiende succes van de Kringwinkels betekent ook dat er nood is aan meer personeel, en daar wringt volgens Komosie het schoentje. Hoewel er vorig jaar meer dan 200 extra werkkrachten aan de slag gingen, gaat het vrijwel uitsluitend om leefloners die door het OCMW worden uitgezonden. “We ontvangen geen subsidies om hen te begeleiden op de werkvloer”, zegt directeur Marleen Vos. “Deze mensen mogen ook maar 12 tot 18 maanden in dienst blijven. Het is niet evident om zo onze winkels te runnen. We roepen het beleid daarom op om extra te investeren in sociale tewerkstelling. Alleen dan is verdere groei mogelijk.”

Foto Wikimedia