Bérénice Bejo: “Uit elkaar gaan, doe je met twee”

Ze liep over de rode lopers in Cannes en Hollywood, maar Bérénice Béjo heeft geen greintje snobisme in zich. Vier jaar na haar Oscarnominatie voor ‘The Artist’ van haar man Michel Hazanavicius, speelt de Argentijns-Franse actrice nu in ‘L’économie du couple’, de ijzersterke nieuwe film van Joachim Lafosse over de financiële lijdensweg van een scheiding. 

Hoe voelde het om na ‘The Artist’ en ‘The Past’ weer in Cannes te zijn voor de Quinzaine des Réalisateurs?

Bérénice Béjo: “Je bent ‘The Search’ vergeten. Oké, dat was niet echt een succes, maar hij was ook in competitie in Cannes en ik ben heel fier op die film (lacht). Dit jaar was ik heel blij om aan de Quinzaine deel te nemen en het festival eens anders te beleven. De officiële competitie is geweldig, maar heel stresserend. Als je slecht onthaald wordt in Cannes, heb je het gevoel de slechtste film ooit te hebben gemaakt. Heftig…”

Vooral als de regisseur je man is…

“Ja, dat speelde ook mee. Het was moeilijk voor Michel, maar uiteindelijk nog harder voor mij. Het deed pijn dat ze mijn man zo aanvielen. Enfin, soms win je, soms verlies je.”

‘L’économie du couple’ is een harde film die de kijker confronteert met zijn eigen relaties en breuken. Was het moeilijk om afstand te nemen van je eigen leven?

“Gelukkig zat ik in Brussel. Ik ging enkel in het weekend terug naar huis, in Parijs, en op maandag vertrok ik weer. Ik was altijd heel blij om mijn gezin te zien. Als we de film in Parijs hadden gedraaid, was het moeilijker geweest. Ik speel een kwaad personage en ik wou echt helemaal opgaan in mijn rol. Na de opnames ben ik meteen op vakantie vertrokken.”

Hoe speel je een personage dat zo’n zwaar verleden heeft?

“Je vergeet alles wat je niet ziet in de film en hoopt dat de regisseur de rest voor zijn rekening neemt. Als je naar het eindresultaat kijkt, voel je gewoon dat de twee hoofdpersonages veel van elkaar hebben gehouden. Hun huis is mooi, hun dochters zijn goed opgevoed… Joachim heeft dat dus heel goed gedaan.”

Hoe doe je dat, constant kwaad zijn?

“Ik dacht aan de scènes zelf. Uiteindelijk was ik het eens met Marie, en Cédric was het eens met Boris. Het werd iets heel natuurlijks. Nu zie ik de grenzen van mijn personage en begrijp ik Boris beter. Ze hebben allebei gelijk en ongelijk. Uit elkaar gaan, doe je met twee.”

Zoals gewoonlijk kiest Joachim Lafosse geen partij.

“Ja, er zijn evengoed mannen die zich identificeren met Marie en vrouwen die zich meer herkennen in Boris. Het is helemaal geen mannen-versus-vrouwen film. Het verhaal staat bovendien een beetje haaks op wat je normaal ziet, want de vrouw verdient meer dan de man.”

Hoe verliep de samenwerking met Cédric Kahn? Jullie hadden geen echte afkeer van elkaar?

“Nee. Als je goed opschiet met elkaar, is het eigenlijk nog interessanter. Dan ontstaat er een – positieve – strijd om het laatste woord te hebben.”

Naast Marie en Boris is er nog een ander belangrijk koppel: hun dochters.

“Zij geven de film een zekere waarheid, een gevoeligheid die er zonder hen niet zou zijn. Marie en Boris zijn kwaad en maken ruzie. Als je de twee dochters ziet en het huis, dan denk je: zonde dat het zover is kunnen komen… Het geeft de film een andere dimensie en het werkt heel goed.”

Vier jaar geleden stak je een Oscarnominatie op zak voor ‘The Artist’. Heeft dat een impact gehad op je carrière?

“Natuurlijk. Zonder de Oscars had ik waarschijnlijk mijn rol in ‘The Past’ nooit gekregen. Hij zocht iemand die hij internationaal kon verkopen.”

Is Hollywood nu in zicht?

“Nog niet, maar dat is geen doel op zich. Ik hou nochtans van de Amerikaanse cinema. Ik ben ermee opgegroeid, maar ik heb geen idee wat ik er moet gaan doen. Ik kan moeilijk Catwoman spelen op mijn 40ste. Moest ik 25-30 jaar zijn, zou ik me rot amuseren in Hollywood. Maar intussen heb ik een gezin en is het moeilijk om lang en ver weg te zijn. Ik wil geen ster worden, maar gewoon films maken die ik interessant vind.”

Elli Mastorou

Foto F. Maltese